Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■4. ( arpi'iius ') Tm. Haagbeuk.

Hiervan komt ook slechts ééne soort voor.

C. Betuius -) L. Haagbeuk. (Fig. 8).

ofDhVste7metagdenkh<laf h°Pf?e °PPerv,akkige gelijkenis, die deze boom hPt hu i * , ' vooral doordat de schors ook glad is en

het blad tevens veel er op gelijkt. Het is echter langwerpiger duideliiï

Wad ffa 8) De'r;rVen ZIJn bljna Z0Ü Sterk ontwikkekl a,s in een iepenlad (fig. 8) Dl schors is grijsachtig, de boom of heester is dicht vertakt i e jonge takken en bladstelen zijn donzig behaard.

De bladen zitten in 2 rijen, zijn lanewerninr-pimnH 4

scheeven voet, afgerond, zeldzamer hartvormig, ( u e gezaagd, van onderen op de nerven niet sterk, doch donzig behaard, kort gesteeld. Bij het verwelken worden ze vaalgeel (in tegenstelling met de bladen van den echten beuk, die roodbruin worden). De wijze, waarop de bladen in den knop zijn opgevouwen, is dezelfde als bij den beuk.

De haagbeuk is weder eenhuizig. De bloemen komen te gelijk met de bladen, de mannelijke zijn okselstandig, de vrouwelijke staan eindelings. De mannelijke bloemen staan in cylindrische katjes (tig. 8). Aan de spil vindt men schutbladen, in wier oksels meest slechts een bloem staat, 'die

dit iPH,»r i * , T lllt A'u meeldraden (schijnbaar 8-24, door

f hokkto on J°r 2C" KCdeeld i8) (fi«" 8>" ledere helmknop is

ü h gK 5 Cen kU'fje 3311 de" top" Son,s ziJ" ook de 2 zijbioemen van het bijschermpje ontwikkeld.

De vrouwelijke bloemen staan boven de mannelijke, in verlengde meer losse katjes. Ook hier bestaat de spil weer uit schubben, in wier oksels bijschermpjes zitten, wier topbloem niet ontwikkeld is, terwijl er 2 zijbioemen zijn, ieder bestaande uit een vruchtbeginsel, dat een iets «'tanden rand

bloem i eeltb20es(?eïhl T 2 ,draadvorn,ige' b!eekroode stempels, ledere

schutblad van hpï h '• ^ tCge" den VrUChttl'jd Verëroeiei1 ™et het

schutblad van het bijschermpje tot een 3-spletig, de vrucht alleen aan de

buitenzijde omgevend omwindsel, dat veel langer dan de vrucht is (fig 8)

Van dit omwindselblad is de middelste lob veel langer dan de zij obben

Het vruchtbeginsel ,s 2-hokkig met 1 eitje in ieder Hokje, doch de vrucht

bezTen'no^ «2 ïf-"T' d'e overlangs geribd is, een vrij harden wand - t-. gekroond is door bovengenoemden getanden rand

bo^zdSng^8^r^nr!:lemingko,ne"deMadiobbe"

Biologische bijzonderheden. Op den boom komt een heksenbezem (zie .nleiding) voor, veroorzaakt door Exoascus Carpini De bloemen zijn windbloemen (zie hierover Betuia en de inleiding), p de bladen komen vaak zoog. plooigallen voor. In het bladmoes zijn

Cbrpinus Betuius

Fig. 8.

:j BllÜ!r=behrekCarPh0S: a,,CS Wa' dr00fJ iS' hier 0m dc droge wu=hten.

Sluiten