Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Familie 24.

— Myricaceae.

Jugiaos regia

Fig. 23-

De vrouwelijke bloemen zitten eenige bijeen aan den top van bijzondere takjes van hetzelfde jaar. Het schutblad is met de beide sehutWaadies^n het 4-tandige bloemdek tot een omhulsel vergroeid. Daarbinnen mede vergroeid een vruchtbeginsel met 2 lancetvormige, vleezige, terugge-

kromde stempels, terwijl de stijl nijna oniorecM.

De vrucht is een noot, waarvan de harde wand tweekleppig is (fig- 23). Deze vormt tusschenschotten naar binnen, waardoor het zaad een vreemden vorm krijgt. De noot is geheel omgeven door het vleezig geworden omhulsel De geheele schijnvrucht is bolrond of langwerpig-bolrond, glad en groen met witte puntjes. K 12-24 M. Mei-

Biologische bijzonderheden. De noteboom heeft windbloemen (zie over de wijze, waarop zich de katjes strekken en de verspreiding van het stuifmeel bij Betula en in de inleiding). De eene boom is proterogynisch , de andere proterandrisch

en wel met een verscnn van o uagen.

door wordt echter uitstekend voor kruisbestuiving van den eenen boom op den anderen gezorgd, want de bestuiving der stempels der P^^^rd" bloemen geschiedt door het stuifmeel der proterandnsche cn omgekeerd.

Zoolang de vrucht nog onrijp is, is zij omgeven door eén zeer wrangsmakend, vleezig omhulsel, dat zeer rijk aan looizuur « Is enterde vrucht rijp, dan splijt dit onregelmatig, wordt zwart, schrompett .neen en laat van de noot los. Nu komen vlaamsche gaa.en en anderevogelsom de noten open te breken en de zaden op te eten, waarb.j zij er op andere plaatsen laten vallen en zoo voor de verspreiding zorgen.

Vaak vindt men aan de onderzijde der bladen wel een dozijn wit- of bruinviltige verdiepingen. Dat zijn viltgallen, die door een galm.jt worden veroorzaakt

Gebruik. Behalve om de vruchten wordt de noteboom ook gekweekt om het hout, dat door meubelmakers veel wordt gebruikt.

Volksnamen. De vrucht draagt beh. den naam noot, ook OP verscheidene plaatsen den naam okkernoot, op andere walnoot en in sommige streken van Zeeland heet zij telnoot.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De noteboom is niet inlandsch, doch afkomstig uit Perzie en N. Griekenland in Italië ingevoerd. Uit dit land is hij verspreid door geheel turopa. öij

ons is hij alleen aangeplant.

Familie 24. Myricaceae Rich. Gagelachtigen.

Meestal tweehuizige, houtige gewassen. Bloemen naakt, dus5 bloemdek, vaak aan den voet met schutbladen zonder zoog. <i,cus (zie Salicaceae). Vruchtbeginsel uit 2 samengegroeide vruchtbladen bestaand

Sluiten