Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a Katjesschubben voor de rijpheid der vrucht afvallend.

aa Vrouwelijke bloemen ook met een voorste. onregelmatig gevormde vaak verborgen en een achterste, breede, soms gespleten. afgeknotte klier. Takken met gladde, glanzende schors, licht afbrekend. Bladen kaal, van boven glanzend, eerst kleverig, bij het drogen zwart wordend.

a. Bladen eirond-elliptisch (B:L = 1 : 27, 4 37,), dicht klierachtig gezaagd. Steunbladen langwerpig-eirond, klierachtig getand^Bladen der katjes stelen dicht, klierachtig getand. Katjesschubben bijna kaal of aan den

voet dicht behaard. Meeldraden 5-12 8- pentan.lra blz. 31.

/i. Bladen langwerpig-lancetvormig (B: L = 1 :4 a 6). Bladen der katjesstelen gaafrandig. Katjesschubben dicht behaard. Meeldraden meest 2.

van het vruchtbeginsel 2 a 3 maal zoo lang als de achterste khen

S. trasilis blz. Jl.

bb. Vrouwelijke bloemen met een achterste klier. Takken met gladde schors niet licht afbrekend, taai, buigzaam. Bladen althans tn het be^tn dit zijdeachtig behaard. niet kleverig, van boven weinig glanzend. Bladsteel weinig klierachtig. Meeldraden 2, vrij. Bladen langwerpig-lancetvormig. eerst zijdeachtig behaard , van onderen blauwgroen. Katjesschubben op den rug kaal, aan voet en rand behaard. Steel van het vruchtbegmsel korter dari

de achterste klier

b. Katjesschubben tot de rijpheid der vrucht blijvend. . ..

aa. Katjesschubben aan den voet behaard. Vrouwelijke bloemen nut slee . een achterste klier. Meeldraden 2 of 3. Takken met licht gekend slank

taai, buigzaam, met gladde, bij oudere exemplaren afschilferende schors.

Bladen kaal. soms in het begin zijdeachtig behaard , niet kleverig. van boven

glanzig. , ,

«. Bladen lancetvormig (B:L_=1 :57, a7), van onderen grijsgroen dof. Steunbladen scheef langwerpig-lancet- of sikkelvormig Steel van het vruchtbeginsel korter dan de achterste klier. . . S. bab.vlonlca blz. . />' Bladen langwerpig tot lancetvormig (B:L=l:3a8). Schors bij oude exemplaren grijs. Steunbladen half hartvormig. Katjes dun, osbloemig. Meeldraden 3. Steel van het vruchtbeginsel 3-5 maal zoo lang als de

achterste klier »• •»*»«•■"» "lz; f

B. Katjesschubben blijvend, tweekleurig (alleen bij S incana nie')- aa" den ^ aan den top zwart of roestkleurig. Bloemen alle met slechts een achterste klier.

draden 2. Bladstelen zonder klieren.

a. Meeldraden ten deele of geheel vergroeid. u„„otprs 7PiHPn aa. Meeldraden alleen beneden vergroeid. Meest rechtopstaande heesters .zelden boomen. Takken rechtopstaand, bros. Bladen smal, van onderen me . wit vilt bedekt. Katjes kort voor of bijna tegelijk met de bladen verschijnend. zittend of kort gesteeld, slank. Katjesschubben geel alleen die der mannelijke bloemen van boven bruin of roodachtig. Stempels dun, boogvormig Kleppen der openspringende vrucht slakkenhuisvormig teruggebogen. Helmknoppen na het stuiven geel. Bladen lijn-iance.- ^ unvorm, . (B• L = 1 "6 a 12). Katjesschubben kaal of aan den rand gewimperd. Vrucht beginsel gesteeld. Steel kaal. Stijl tamelijk lang, dun 8. incana blz 36. bb Meeldraden tot aan den top vergroeid. Rechtopstaande heesters. Takkc slank, taai. Bladen dikwijls tegenoverstaand. bij het verwelken zwart wordendKatjes vóór de bladen verschijnend, zittend, dun, dichtbloemig, aan dei voet door kleine blaadjes gesteund. Klier zeer kort. Vruchtbeginsel kort zittend of bijna zittend. Stempels kort, geel of roodachtig, zittend of bijna zittend. Kleppen der opengesprongen vrucht nauwelijks rugwaarts omgeslagen of alleen aan den top een weinig sikkelvormig Helmknoppen roodachtig zelden geel, na het stuiven zwartachtig. Bladen omgekeerd lancet- tot lijn-lancetvormig (B:L = l:5a8), later kaal van onderen b lauwgroen, dof aan weerszijden met weinig uitstekende aderen (bij het drogen komen deze wel sterk te voorschijn). Vruchtbeginsel witviltig. Stijl meest geheel ontbrekend of zeer kort s- PurPnrea z-

„r'Sen der bloemen zeer verlengd, smal, afgeknot. Vruchtbeginsel kortgestpplri Steel korter dan de achterste klier. Stijl lang, geel. Stempels zee

Sluiten