Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den boom alleen door stekken voortplant, zoodat eigenlijk alle exemplaren een enkelen, aan ouderdomszwakte lijdenden boom vormen.

Sommigen beschouwen P. pyramidalis niet als een soort, doch als een vorm van P. nigra.

P. canadénsis') Mchx. Canadapopulier, ook wel Canada.

De kroon is bij dezen boom minder wijd uitgespreid dan bij P. nigra en is dus meer kegelvormig. Vele zijtakken loopen eerst zijwaarts uit, doch buigen zich dan naar boven. De jonge takken zijn grijs en rond of hoekig. De knoppen zijn kastanjebruin, glad, doch kleverig. De onderste bladen der takken loopen aan den voet langs den bladsteel af, bezitten aan de aanhechting van den steel soms 2 klieren en hebben alle een kalen ofaanIiggend behaarden rand. De bladen der wortelloten zijn meer cirkelrond , de onderste der takken meer ruit- of deltavormig, toegespitst, sterk getand. De bladstelen zijn geel of rood, langer of korter dan de schijf.

De mannelijke katjes zijn dik, 7-8 cM lang, de vrouwelijke zijn zeer lang. De katjesschubben zijn wigvormig, groengeel, in tal van slippen gedeeld. De mannelijke bloemen hebben 20-30 purperkleurige meeldraden, de vrouwelijke een 6-groevig, bolrond vruchtbeginsel met niervormige, 2-lobbige stempels, die aan den voet opgericht zijn, doch verder omgerold, tegen het vruchtbeginsel liggen, h 12-23 M. April.

Voorkomen in Nederland. Deze boom is afkomstig uit N.-Amerika en is bij ons vaak aangeplant, vooral veel in de duinen.

P. monilifera2) Ait. Amerikaansche populier. (Fig. 46).

Deze boom wordt als een vorm van P. canadénsis beschouwd en onderscheidt zich van dezen doordat de bladen aan den voet afgeknot of iets

hartvormig zijn en aan de inplanting aan den stee meest 2 klieren dragen, terwijl de randen dicht en kort stijf behaard zijn.

De stempelslippen zijn langgesteeld, opgericht, bijna pijlvormig.

Deze boom heeft weinig wortelloten en geeft vrij wat schaduw, h 12-30 M. April.

Voorkomen. Populus monilifera is afkomstig uit N.-Amerika. Bijna alleen mannelijke exemplaren zijn aangevoerd. Bij ons wordt hij algemeen aangeplant.

P. angulata3) Ait. Carolina populier.

Deze boom onderscheidt zich van P. canadénsis, doordat het bloemdek het vruchtbeginsel alleen

aan uen voet omgeeft, terwijl dit bij P. canadénsis tot het midden gaat. Verder is vooral merkwaardig de sterke kurkvorming aan de takken.

Voorkomen in Nederland. Ook deze boom is uit N.-Amerika afkomstig en wordt bij ons wel aangeplant.

Populus monilifera

Fig. 46.

') canadénsis — Canadeesche. *) monilifera = rozenkransdragend. ••) angulata = hoekig.

Sluiten