Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. II li in ii I ii s ') L.

Plant twecliuizig. Mannelijke bloeiwijzen okselstandige losse overhangende pluimachtige bloeiwijzen, in de laatste vertakkingen bijschermen vormend. Vrouwelijke bloeiwijzen hangende schijnaren aan korte takken zij- en eindstandig.

Mannelijke bloemen met 5-slippig bloemdek en 5 meeldraden met korte helmdraden. Vrouwelijke bloemen 2 bijeen in de oksels van bladachtige schubben, wier bladschijven zich soms ontwikkelen. Iedere bloem heeft nog een schutblaadje, dat de bloem aan den voet omgeeft en 1 vruchtbeginsel met 2 lange, draadvormige stijlen. Vrucht eirond, samengedrukt aan de oppervlakte, evenals ook het schutblaadje en den voet der schubben' bezet met aromatische klieren, die de lupuline in goudgele korreltjes afscheiden. Stengel windend.

H. Lüpulus ■) L. Hop. (Fig. 55).

Uit den wortelstok komen verscheiden windende, scherpkantige en dicht met scherpe stekeltjes bezette stengels te voorschijn

De bladen zijn tegenoverstaand (aan de vrouwelijke bloemtakken staan

ze in 2 riien). lanpwstppin rr>nri^h*;„

•» ' ' OO » I UI1UUV.II 11^ UI

eirond, met hartvormigen voet, meest toegespitst, grof stekelpuntig, getand-gezaagd, de bovenste der vrouwelijke plant zijn meest ongedeeld, de overige 3-5-lobbig of -spletig, van boven glad, van onderen ruw. De steunbladen zijn meest min of meer vergroeid, eirond, gaafrandig, toegespitst, kaal, teruggeslagen. ' Het bloemdek der mannelijke bloemen is witachtig. 2—4,5 M. Juli—September.

Biologische bijzonderheden. Ook de hop heeft weder windbloemen en de bijzonderheden omtrent deze bij den hennep vermeld, gelden ook

hier OnLr hipr 7»tn Aa

bloemen eerder (minstens 2 dagen) geschikt om ^El 7p t e n e nT dan de naburige mannelijke bloemen het laten vallen.

De bootvormige schubben, die 2 vruchten omsluiten, vormen een toestel waardoor deze door den wind verspreid worden. De kliertjes in de omgeving der vruchten dienen om deze te beschutten tegen het opvreten door vogels, de bittere stof houdt zelfs de musschen terug

De hop is een slingerplant, wier stengels zich spiraalvormig om steunsels slingeren. Daarbij onderscheidt men rechts- en linkswindend en wel heet een plant linkswindend als van boven gezien de windingen van Noord over West, Zuid en Oost naar Noord loopen, dus omgekeerd als de wijzers van een uurwerk. Van ter zijde gezien stijgen de windingen in dit geval van links beneden naar rechts boven langs het steunsel. Verreweg de meeste stengels der slingerplanten winden zoo, b.v. Convolvulus, Phaseolus enz.

Humulus Lupulus

Fig. 55.

') Misschien komt deze naam van tlatijnsche humeo: vochtig zijn en zou dan slaan on C^^^h,igeP,aa,Sen' he,Ree" n'ct zeer met ^werkelijkheid overeenkomt!

Sluiten