Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ULMACEAE. —

FAMILIE 27.

Familie 27. Ulmaceae Mirbel. lepachtigen.

Houtige gewassen, niet aan de takken in 2 rijen staande, ongedeelde ongelijkhelftige bladen met afvallende steunbladen.

Bloemen 2-slachtig of veeitelig. Bloenidek 4-6-deeIig. Meeldraden evenveel als bloemdekslippen of dubbel zooveel, in 'teerste geval tegenover de bloemdekslippen staand. Vruchtbeginsel vrij, 1-2-hokkig, ieder hokje met een eitje, met 2 draadvormige, aan de binnenzijde de stempelpapillen dragende stempels.

Eiij ons is alleen de onderfamilie der Ulmoideae A. Br. vertegenwoordigd. Hierbij is het eitje gesteeld, hangend, omgekeerd. De vrucht is een eenzadige vleugelvrucht of een noot. Zaden zonder kiemwit, met een rechte kiem.

Het geslacht Ulnuis is het eenige in ons land voorkomende.

1. Ulmus ') L. lep.

Bloemen 2-slachtig. Bloemdek 5- (zeldzamer 3- tot 8-)spIetig, na den bloeitijd verwelkend Meeldraden meest evenveel als bloemdekslippen, aan den voet van deze ingeplant, met naar buiten openspringende helmknopjes. Stempels 2, uiteenwijkend, aan de binnenoppervlakte de stempelpapillen dragend. Vrucht vliezig, 1-zadig, rondom gevleugeld, de vleugel van boven min of meer ingesneden. Die insnijding is niets anders dan de bocht tusschen de leide stempels. Het stijlkanaal is onder deze tot aan het zaad als een duidelijke streng van buiten te zien.

Boomen. Bladen in 2 rijen, kort gesteeld, dubbel gezaagd, meest opvallend ongelijkzijdig, de naar den top van den tak gekeerde zijde loopt verder langs den bladsteel af en is half hartvormig begrensd. De bloeiwijzen zijn okselstandige kluwens, die vóór de bladen verschijnen. Zij ontstaan uit afzonderlijke bloemknoppen, die meer onder aan de takjes zitten. De bloemen zijn eenigszins rood-bruinachtig.

Biologische bijzonderheden. De bloemen zijn proterogynisch en windbloemen met lang levende stempels. De meeldraden, die eerst geheel binnen het bloemdek zitten, worden kort voor het opengaan wel tweemaal zoo lang als eerst. Dan springen de helmknopjes open en vormen 2 wijde open schalen, waaruit het poedervormige stuifmeel gemakkelijk wegwaait. Het sluiten der bloemen bij vochtig weer zou het stuifmeel niet tegen regen beschutten, maar de helmknopjes sluiten zich dan ook.

De stempels steken al uit de bloemen, als deze nog in den knoptoestand zijn, dus is kruisbestuiving vrij wel verzekerd en spontane zelfbestuiving niet uitgesloten, als later de helmknopjes even hoog als de stempels komen te staan.

Vooral bij zulk een dichtbebladerden boom, als de iep is, is het van belang, dat de bloemen vóór de bladen verschijnen.

De vrucht is van een breeden vleugelrand voorzien en wordt zoodoende door den wind gemakkelijk verspreid. De vruchten vallen af voor de bladen hunne volle grootte bereikt hebben, toch is de boom al voor dien tijd groen door al die vruchtjes.

) Misschien van het keltische: elm, waarmee de iep werd aangeduid, volgens anderen van tgrieksche lopos: schors, om de kurkachtige schors van soinniige soorten, volgens no£ anderen van lupus: wolf, om de ruwe bladen.

Sluiten