Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aaa. Binnenste vruchtbloemdekslippen langwerpig-driehoekig. Onderste bladen hartvormig-eirond, stomp. Schijntrossen naar boven onbebladerd. Binnenste vruchtbloemdekslippen stomp, meest aan den voet aan weerszijden met 3—5 priemvormige tanden,alle knobbels dragend. R. ohtnsiloliu* blz. 66. bbb. Binnenste vruchtbloemdekslippen smal langwerpig, stomp, bijna of geheel gaafrandig (veel kleiner dan bij de vorige en de volgende).

«. Onderste bladen langwerpig. Schijntrossen afgebroken, bijna tot aan

den top bebladerd R eou^lunierntas blz. 67.

/?. Schijntrossen alleen aan den voet bebladerd. Een of 2 bloemdek-

slippen zonder knobbels K. sanguiiicns blz. 67.

bb. Binnenste vruchtbloemdekslippen even lang als of weinig langer dan breed, bijna of geheel gaafrandig.

aaa. Binnenste vruchtbloemdekslippen alle of althans 1 knobbeldragend. Bladen meest stijf, bijna lederachtig. Bladstelen van boven vlak.

n. Bladen lancetvormig, aan den rand gegolfd, de onderste aan den voet afgeknot of iets hartvormig. Binnenste bloemdekslippen rond-

achtig-hartvormig, een met knobbel R erlspus blz. 68.

p. Bladen breed lancetvormig, teerder. Plant tot 1,5 m hoog. Overigens

als R. crispus R. domesticns blz. 71.

j'. Bladen spits, aan den voet versmald, de onderste zeer groot, vlak. Binnenste bloemdekslippen eirond , niet hartvormig, alle of althans

2 met knobbels R. Hyilrolitiuitlium blz. 70.

bbb. Binnenste bloemdekslippen zonder knobbels. Bladen dun, langwerpigeirond, spits of iets stomp, aan den voet diep-hartvormig, met gootvormigen steel. Binnenste bloemdekslippen rondachtig-eirond met iets

hartvormigen voet R. minutieus blz. 70.

B. Acetosa Tm. Bloemen meest eenslachtig of veeltelig. Stijlen aan de kanten van het vruchtbeginsel vastgegroeid. Stengel gegroefd of gestreept. Bladen pijl- of spiesvormig. Schijntrossen los, onbebladerd, meest tot pluimen vereenigd. Bloemdek meest rood^ achtig aangeloopen, de binnenste slippen meest gaafrandig of zwak getand. Planten frisch zuur smakend door kaliumbioxalaat.

a. Binnenste vruchtbloemdekslippen vergroot, doorschijnend, vliezig, langer dan de vrucht.

aa. Bladen blauwgroen. Bloemen eenhuizig veeltelig. Buitenste bloemdekslippen tegen de vrucht aanliggend. Bladen met meest horizontaal afstaande spies-

hoeken R. scntatns blz. 71.

bb. Bladen grasgroen. Bloemen tweehuizig. Buitenste bloemdekslippen aan de vrucht teruggeslagen. Stengel rechtopstaand. Tuitjes getand of franjeachtig ingesneden. Binnenste bloemdekslippen rondachtig-eirond met een zeer korten naar beneden gebogen knobbel R. Acetosa blz. 72.

b. Binnenste vruchtbloemdekslippen niet vergroot, nauwelijks zoo lang als de vrucht, kruidachtig. Bloemen 2-huizig. Bladen spiesvormig met horizontaal afstaande of naar boven gerichte spieshoeken. Tuitjes in een ten slotte in een franje uitloopende punt eindigend. Buitenste bloemdekslippen aangedrukt, de binnenste eirond , zonder knobbel.

R. Acetosella blz. 72.

N.B. In deze tabel zijn de bastaardvormen niet alle opgenomen. Vindt men afwijkende vormen, dan ga men na van welke 2 soorten de plant de gemengde kenmerken vertoont.

R. maritimus') L. Zeezuring (fig. 63).

Deze plant is, als de vruchten rijp zijn, van boven goudgeel aangeloopen. De wortel is teer en fraai ose van binnen. De stengel is rechtopstaand,

lichtgroen, onbehaard, niet of tamelijk uitgespreid vertakt.

De bladen zijn lichtgroen, lancet- tot lijn-lancetvormig, spits of spits-

') maritimus = zee. Heukels, Flora.

5

Rumex maritimus

Fig. 63.

Sluiten