Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hout als ook in bosschen algemeen bij ons. De var. discolor is van Dordrecht bekend.

Volksnamen. In Friesland heet de plant bitterzuring, in Zuid-Holland hardijzer, in de Graafschap Zutphen izerhard, in Utrecht knoers, in Groningen ridder of ridderblad, in Salland riddertronk en in Zeeland paardezuring of -zurkel.

R. conglomeratus ') Murr. Kluwenzuring (fig. 65).

De plant is rechtopstaand, kaal, de stengel meest afstaand vertakt.

De onderste bladen zijn langwerpig, stomp of spits, met afgeronden of hartvormigen voet, zelden zwak geoord, de overige zijn langwerpig-lancetvorniig tot lancetvormig-spits, de middelste met hartvormigen voet.

De schijntrossen zijn afgebroken, bijna tot aan den top bebladerd. De

bloemen zijn kleiner dan bi] R. obtusifolius. De vruchtbloemdekslippen zijn lancetvormig-langwerpig, gaafrandig, meest alle met roodachtige knobbels.

De plant gelijkt het meest op den groenen vorm van R. sanguineus, doch is er tijdens den bloeitijd van te onderscheiden, doordat de bloemkransen bijna tot aan den top bebladerd zijn en in den vruchttijd, doordat van de vruchtbloemdekslippen bij R. sanguineus slechts één een knobbel draagt. 3-, 3—9 dM. Juni—Augustus.

Men onderscheidt nog als vormen z.pycnocarpus -), waarbij de bloemdekslippen wat rood gekleurd zijn met dikke knobbels, die waar¬

schijnlijk bij ons niet is gevonden en jS. divaricótus 3) waarbij de bloemdekslippen eirond-langwerpig zijn en gerimpeld, terwijl de takken wijd uitstaan (R. divaricatus Thuill.). Deze is bij Zwolle, Utrecht en Zuidzande gevonden.

Biologische bijzonderheid. De bloemen zijn meest homogaam en worden spontaan zelfbestoven. Of ook wel windbestuiving plaats heeft, is onzeker.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa aan slootkanten en op andere vochtige plaatsen voor en is ook bij ons algemeen op dergelijke plaatsen.

R. Steinii<) Beek. Deze heeft aan den voet afgeronde, soms bijna hartvormige wortelbladen en is steeds onvruchtbaar. Men beschrijft haar als een bastaard van R. palusteren R. obtusifolius, dus eigenlijk als een bastaard van R. maritimus en R. conglomeratus, als men aanneemt dat R. paluster reeds een bastaard is. Zij is gevonden bij Amsterdam (1850) en 'sGravenhage (1858, 1882).

R. aborlivus '•) Ruhmer is een bastaard van R. conglomeratus en R. obtusifolius en is bij ons aan den weg van Steenwijk naar Kallenkote en bij 's Qravenhage gevonden. In den 2en druk van den Prodomus wordt echter de twijfel geopperd of de gevonden exemplaren soms niet bijzondere vormen van R. obtusifolius zijn.

R. sanguineus6) L. Bloedzuring (fig. 66).

De plant is groen of roodachtig, de wortel dik en van binnen witachtig, de stengel rechtopstaand, niet vertakt of met rechtopstaande takken. De'

') conglomeratus = kluwenvormend. ') pycnocarpus = dekvruchtig. J) divaricatus = wijdgetakt. 4) Steinii, naar den plantk. Stein. ') abortivus = niet goed ontwikkeld. «) sanguineus = bloedrood.

Rumex oonglomeratus

Fig. 65.

5*

Sluiten