Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~!VTig|^et m'". °f meer wiSvormigen voet. Zij zijn spits of toegespitst, ongelijk gezaagd-getand, glanzend.

De bloemen vormen groenachtige kluwens, die tot vrij losse, afstaandeschijnplu.men vereen.gd zijn, welke meest in de oksels van gewone bladen staan.

De /aZ"? u °m Me,VrUC,lt floten, de slippen er van zijn iets gekield. De zaden zi n 1 4 „iM lang, horizontaal, dof, met scherp gekielden rand,

a leSn IT* nDe ?,an.t 'ijkt wel Wat °" C "ybri/uJ, dS is in ler' 0 Seur 's ook onaangenaam, doch geheel anders dan

C „rhiriim , ■ e" C hybridum- De zaden zijn grooter dan van

fjiini) Juh—October. """ ,a"

hiB'u^SChe ^onder/ieid. De inrichting der bloem met het oog op de

yesJh k nn? f J ? ' d°Ch de stemPels z'Jn korter en slechts kort ^cscnikt om stuifmeel op te nemen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa

VOOr. Bij Ons is zii on tlliirpn miirtpn aan

J -.j 11IUIS.II, lUlgICIl, ««II

heggen vrij zeldzaam gevonden, het meest nog in de duinstreek.

c. ürbicum ') L. Langtrosganzev oet. (Fin. 107>-

Deze plant is groen cn hccfl ccn stijf rechtopstaanden, kantigen stengel, die meest alleen aan den voet vertakt is.

De bladen zijn meest geheel groen . soms van onderen iets wit bepoederd, eenigszins dik, plotseling inden bladsteel overgaand, driehoekig, sterk en ongelijkmatig getand met bijna steeds spitse tanden , spits.

De bloemen vormen groenachtige kluwens, die tot stijfrechtopstaande schijnaren verbonden zijn. waarvan de onderste meest in de oksels van gewone bladen staan . de bovenste zonder schutbladen zijn

r>n „.„„i.. .... ,. . , . . .

unenopodium urb.cum viutm sieew uit net bloemdek en dit heeft geen ge-

Fig. 107. kielde slippen. De zaden zijn I mM lang, horizontaal .

met stompen, dikken rand, bruinzwart, met zeer fijne

De plant verschilt vin r r,,uP1"Uit'S,' dle. ccrst l,ij s,crke vergrooting te bemerken zijn.

door de bladen die lvi c T" f e onhebladerde bloeiwijzen , van C. murale

murale nieer u,"gespreid iiin' Vnn w TJ" 'Tt ^ ™ d""r dl' "'«iwljzen. die bij C.

scheidt zij zich door inr i meelachtig bestoven vormen van C. album onder-

achtig stof, bovendien heef, "c "a.h bh,adboVe™lakte • die -est geheel vrij is van meeldek altijd meelachtig bestoven.' Q. 3 J^m" Ïi-Se^emïï" d"C bk,em"

en is :TM:pPrers;L^rd'enbociniK ge,ande b,aden met tandC"

plaaSTan ~Tr Z Neder'and- De P'™ is in geheel Europa op bebouwde Maastricht en Wassenaar' almgetrnffèn" d°C!' ^ °nS alleen "P Tcxcl • bij Amsterdam,

C. album') l. Luisntelde. (Fig. 108.)

rerhlnncf113" t 'S fWitachti£ of groenachtig en heeft een meest vertakten, rechtopstaanden of uitgespreide.!, kantigen stengel.

e b|?den z^n van on<Jtren wit meelachtig bestoven, soms echter aan i rsz'J en groen. Zij zijn eirond-ruitvormig, circa dubbel zoo lang _ji meest ongel'jk getand, vaker onregelmatig gelobd. De hoogere

ze „plp f e" fa!ra"d,g' de midde|ste en hoogere vrij spits. Alle zijn gesteeld, aan de inplanting van den bladsteel aan den stengel vindt men

) urbicum _ bij de stad groeiend. ') intermedium = middelste. ■<) album = wit.

Sluiten