Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1«>. Obióne') Gaertn. (Halimus 2) Wallr.). Zeemelde.

Planten 1-huizig. Mannelijke bloemen zonder schutblaadjes niet 5- of 4-deel.g groen bloemdek en 5 of 4 meeldraden, aan den vj van het loemdek ingeplant. Vrouwelijke bloemen door 2 na den bloeitijd vergroote

met eenT hV Ver|Ch,'Re' dC VrUCht oms,uitendc schutblaadjes omgeven' met een vruchtbeginsel met 2 vrij korte, aan den voet vergroe de stempel '

Vrucht vliezig, eirond, samengedrukt. Zaad vertikaal (m de 2-s te

bloemen horizontaal), lensvormig, zwart of bruin, met vliezige zaadhlid

en naar boven gericht worteltje. Bloemen groen- of geelachtig in gaffel

vorrnig beginnende bijschermen, meest tot aren of pluimen vereenigd

, ! ffwitschilfeng (deze schilfers ontstaan uit haren, die zich eerst

c waterheldere blaasjes boven de oppervlakte verheffen en maken dat de

plantendeelen m het zonlicht schitteren. De waterige inhoud dier blaasjes

rrmee!achS hekl°r P*T verbruikt en dan dro«ei1 *! op en vormen voor de AWtgxSSjn|ï ',ier gCZCgde Keldt °°k

Veelal worden de hier schutblaadjes genoemde deelen om de vrouwelijke bloemen als bloemdek beschouwd. Dit is onjuist, want er is in die bloemen ' loeweI zeer weinig ontwikkeld, bloemdek. Bovendien vindt men bij

r:rjsexsoorten -soms ve'sd'™'™- T jss

Tabel tot het d e t e r m i n e e r e n der soorten van het geslacht O b i o n e. A. Heesterachtig. 2-5 dM lang. Stengel liggend en wortelend. Takken opgericht BHden

laderd. Vluchten langgesteeld met gladde schutbladen. O. periuiicuiatn blz. 111.

0. portulacoides3) Moq. Tand. (Halimus portulacoides Wallr., A'triplex portulacoides L.). Zeemelde. (Fig. 120).

De plant is een halve heester, daar de wortel, en de stengel ook aan den voet, houtig is. Zij is geheel zilvergrijs. De stengels zijn liggend en wortelend met opstijgende takken.

De bladen staan tegenover elkaar, zijn onigekeerd-eirond, langwerpig of bijna spatelvormig, in een steel versmald, gaafrandig, eennervig, stomp.

De bloemen zijn geelachtig, zij staan in dunne

flrpn Pn 1 mriMon l l i < •

obióne portulacoides " cictn uen top oer takken een

Fig. 120. kleine, onbebladerde pluim, soms zijn er daar-

7iin hiin-, •*» a • j onder eenige bladokselstandige. De vruchten

Z ikP nf ri! ' F schutblaadje " om loopt aan den top uit in 3

klPi„ hTPi J. PS l0bben en is aan de 0PPervlakte voorzien van

kleine, zachtstekelige uitsteeksels. h 5-15 dM. Juli—October.

in 'siberi^'voorkom^pn's riViei" °b °f °hi' °",dat een soort nl °- ^uricata (O, siberica) =•)*>van halimos: *'"*•naar de *roe""aa,s-

Sluiten