Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/?. Doosvrucht met 6-4 tanden of 6-4 kleppen openspringend.

na. Bladen eirond tot lijnvormig, ongesteeld. Doosvrucht met 6-4 tanden openspringend. Zaden knobbelig, zonder aanhangsel.

Areuaria blz. 139.

Pfi. Bladen eirond tot draadvormig, de onderste in het eerste gevat gesteeld. Doosvrucht met 6-4 kleppen openspringend. Zaden

glad, met aanhangsels Moehringia blz. 139|

ccc. Stijlen 2 of i. Meeldraden 5(-10). Kroonbladen ontbrekend. Vruch. een eenzadige, niet openspringende vrucht. Bladen lijnvormig, tegenoverstaand Sclerantlius blz. 127.

B. Kelk vergroeidbladig, aan den top 5-tandig. Bloemkroon bijna steeds aanwezig.

a. Stijlen 3-5.

<za. Vrucht een doosvrucht. Stengel niet klimmend.

aaa. Kroonbladen langer dan de kelktanden.

a. Doosvrucht (vruchtbeginsel) 1-hokkig, zonder tusschenschotten. Bloemkroonbladen met een tongetje.

aa. Kroonbladen 4-spletig of ongedeeld. Stijlen 5. Doosvrucht

met 5 tanden openspringend Coronaria blz. 167.

/fft. Kroonbladen 2-spletig. Stijlen 3 of 5. Doosvrucht met 6 of

10 tanden openspringend Melandrynm blz. 169.

ft. Doosvrucht (vruchtbeginsel) aan den voet 3-hokkig, met 6 tanden openspringend. Stijlen 3. Bloemkroon wit of rood.

Silene blz. 161.

bbb. Kroonbladen korter dan de kelkslippen, ongedeeld, zonder bijkroon. Doosvrucht 1-hokkig, zonder tusschenschotten, met 5 tandjes openspringend.

Agrostemiiiu blz. 172.

bh. Vrucht een bes. Stijlen 3. Kroonbladen 2-spletig met korte bijkroon. Vruchtbeginsel 1-hokkig. Stengel klimmend Cncubalas blz. 16J.

b. Stijlen 2 of 1.

aa. Kelk met droogvliezige strepen, kort en breed. Kroonbladen geleidelijk in den nagel overgaand.

aaa. Kelk aan den voet zonder schubben Gypsophila blz. 151.

bbb. Kelk aan den voet door schubben omgeven . . . Tunica blz. 153. bb. Kelk zonder droogvliezige strepen. Kroonbladen met scherp afgescheiden nagel. aaa. Kroonbladen zonder tongetje.

«. Kelk aan den voet zonder schubben, buikig opgeblazen, scherp 5-kantig.

Vaccaria blz. 159.

/?. Kelk aan den voet door schubben omgeven, cylindrisch, niet kantig.

Dianthas blz. 153-

bbb. Kroonbladen met een tongetje. Kelk cylindrisch, zonder ribben, aan

den voet zonder schubben Saponaria blz. 158.

cc. Kelk vliezig gerand, 5-spletig. Bloemkroon ontbrekend. Bladen lijnvormig, tegenoverstaand Scleranthiis blz. 127.

Voorkomen der Caryophyllaceae. Onder de tot deze familie behoorende planten zijn vertegenwoordigd:

1". halophyten b.v. Spergularia salina en S. marginata, Sagina procumbens

■/. crassifolia, S. stricta en Ammadenia peploides.

2°. hygrophyten b.v. Stellaria glauca en uliginosa, Malachium aquaticum,

Corrigiola, Illecebrum, Sagina nodosa en S. subulata. 3°. boschbewoners b.v. Stellaria Holostea, S. nemorum en Moehringia trinervia. Andere b.v. Melandryum rubrum en M. album (deze nadert tot de xerophyten) komen in struikgewas en op minder beschaduwde plaatsen voor.

4°. weideplanten b.v. Coronaria flos cuculi (eigen aan vochtige weiden) en Cerastium triviale.

5". xerophyten b.v. Cerastium semidecandrum en C. glomeratum, Sagina procumbens, Holosteum umbellatum, Dianthus Armeria, D. deltoides,

Sluiten