Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Silene Otites, S. vulgaris, S. nutans, Tunica prolifera, Herniaria, Scleranthus perennis en Spergula.

6". ruderalplanten en akkeronkruiden b.v. Stellaria media en S. graminea, Cerastium arvense, Gypsophila muralis, Spergularia rubra en S. segetalis, Alsine tenuifolia, Silene noctiflorum, S. dichotonia, S. conica en S.' gallica, Agrostemma Githago, Scleranthus annuus, Arenaria serpyllifolia en Vaccaria parviflora.

Onderfamilie 1. Paronychioideae A. Br.

Bladen verspreid of tegenoverstaand, met droogvliezige steunblaadjes. Bloemen regelmatig. Kelk aan den voet met den beker- of schotelvormigen bloembodem vergroeid, 5- (soms 3-4-)tandig, blijvend. Kroonbladen 5, soms ontbrekend. Meeldraden 5, vrij. Vruchtbeginsel 1 , vrij, zittend , alleen aan den voet door den beker omgeven. Vrucht meest 1-zadig, al of niet openspringend.

Kleine plantjes met vele stengels, gaafrandige bladen en meest dicht opeengedrongen bloemen.

1. Corriglola ') L.

C. littoralis 2) L. Riempjes (fig. 137).

Deze plant is kaal en blauw- tot grijsgroen. De wortel is lang, dun, teer, daaruit komt een stengel, die van den voet af in tal van liggende,'

venaiae taKKen is verdeeld, terwijl de middelste daarvan vaak rechtopstaan. Deze takken zijn zeer teer, bijna draadvormig, los met verspreid staande bladen bezet. Sommige bloeien, andere niet.

De bladen staan verspreid, zijn lijnvormig-langwerpig, naar voren breeder, stomp of afgerond, aan de randen doorschijnend en gaafrandig. Zij hebben hart-maanvomiige, witvliezige, zeer kleine steunblaadjes met een getanden rand.

De bloemen hebben kleine, witte, lancetvormige, gaafrandige schutblaadjes en zijn zeer klein, wit of rose. Zij staan in rijkbloemige, opeengedrongen eind- en okselstandige hoopjes (bijschermen). De kelk is 5-deelia met eironde witvliP7ia trprn n^P

slippen, waarvan het bruine, zeldzamer groene, middenveld ovaal en spits is. Kroonbladen zijn er 5, deze zijn langwerpig, wit, stomp, even lang als of iets langer dan de kelk, aan den voet van dezen ingeplant. Er zijn 5 meeldraden en 3 zittende stempels. De vrucht is 3-hoekig, zwart, 1-zadig, springt niet open en blijft in den kelk zitten. O. 7-30 cM. Juni—September.'

Biologische bijzonderheid. De bloemen blijven meest gesloten en zijn dus op spontane zelfbestuiving aangewezen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa voor en is bij ons vooral op vochtigen, overstroomden

Corrigiola littoralis Fig. 137.

) het Latijnsche corrigia : riem, hetgeen slaat op de lange, op den bodem liggende stengels (hierop slaat ook de Nederl. naam: riempjes). ') littoralis = strand.

Sluiten