Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zandgrond en aan rivieroevers vrij algemeen, doch bijna uitsluitend op hel diluvium.

2. Herniaria') Trn. Breukkruid.

Bloemen in schijnbaar zijstandige, kluwenvormende bijschermen, hel eene blad van het paar, dat de bloeiwijze steunt, is kleiner of ontbreekt vaak geheel. Kelkslippen 5, een weinig uitgehold, groen. Kroonbladen 5, klein, priemvormig, meeldraadachtig, evenals de 5 meeldraden op een het vruchtbeginsel onigevenden ring ingeplant. Stempels 2, bijna zittend. Vrucht bolrond, niet openspringend, 1-zadig, in den blijvenden kelk ingesloten. Bloemen groenachtig, zeer klein. Planten sterk vertakt, plat neerliggend.

Tabel tot het deter m i n eer en der soorten van het geslacht Herniaria.

A. Kelk onbehaard, niet gewimperd. Planten groen.

a. Bloemen zittend, in hoopjes die tot trossen vereenigd zijn, langs de takjes. Bladen heldergroen, langwerpig of lancetvormig. naar den voet versmald, onbehaard of iets behaard. Steunbladen klein. Takken dun, onbehaard of fijn behaard.

II. jrlaM-a blz. 125.

b. Bloemen bijna zittend. in afgeronde hoopjes in de bladoksels. Bladen dofgroen, elliptisch of ovaal, aan den voet niet versmald, gewimperd. Steunbladen groot. Takken geheel behaard II. ciliata blz. 126.

B. Kelk stijfharig gewimperd, door een langeren borstel stekelpuntig. Plant grijsachtig.

II. hirsuta blz. 126.

H. giabra ') L. Breukkruid (fig. 138).

Deze plant is geelgroen, kaal of iets behaard. De stengels zijn dun, liggend, van den voet af sterk vertakt, los bebladerd.

De onderste bladen zijn tegenoverstaand, de bovenste verspreid. Zij zijn langwerpig of elliptisch, vrij spits, kortgesteeld, zelden aan den voet gewimperd, gaafrandig, iets vleezig. Zij hebben kleine langwerpige, gewimperde, vliezige steunbladen.

De bloemen zijn zeer klein, zittend en staan in veelbloemige hoopjes

(7-9), (fig. 138), die tot een tros langs de takken vereenigd zijn. Zij hebben gewimperde schutbladen. De kelkslippen zijn langwerpig, stomp, onbehaard, van binnen geel, smal vliezig gerand. De rijpe vrucht is weinig grooter dan de blijvende kelk. 5-15 cM. Juli—Herfst.

Biologische bijzonderheden. Gewoonlijk springen de 5 helmknopjes in den knop open en kan dan spontane zelfbestuiving plaats hebben. De bloemen openen zich daarna tot een sterretje en nu buigen zich de meeldraden naar buiten, terwijl ook de

stempels zich uitspreiden en nu vallen de bloempjes, Hermar.» giabra

hoewel klein en reukeloos, toch door hun vereenigd Fig. i38.

zijn, een weinig op en daar zij ook honig bevatten,

bezoeken kleine insecten b.v. mieren ze en bewerken kruisbestuiving. Op den volgenden dag bewegen zich de kelkslippen en helmknopjes naar binnen en de laatste worden tegen de stempels gedrukt, zoodat nu weder spontane zelfbestuiving kan geschieden.

') van 't Latijnsche hernia : breuk, omdat de plant vroeger gebruikt werd om breuken te genezen. 2) glabra = onbehaard.

Sluiten