Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere helmknopjes open en eerst daarna ontplooien zich de stempels. Ondanks dat er veel honig wordt afgescheiden, is er weinig insectenbezoek waargenomen. Omtrent de bestuiving wordt medegedeeld, dat er uit de opengesprongen helmknopjes vaak stuifmeel in de bloem valt, dat door windstooten op de stempels derzelfde of van naburige bloemen komt. Men vindt ook geregeld kleine zandkorreltjes in de bloemen, die er door den wind ingeslingerd zijn en die van bloem tot bloem gedreven worden en zoo misschien stuifmeel overbrengen. Bij ongunstig weer sluiten zich de bloemen en is spontane zelfbestuiving mogelijk.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan zandige zeekusten in West- en Noord-Europa voor. Bij ons is zij op zulke plaatsen algemeen, vooral in de duinen en ook op zeeklei, die vlak aan de duinen grenst.

9. Alsi'ne ') Whlnbg.

A. tenuifólia!) Whinbg. Hegge kruid (fig. 157.)

Uit den penwortel komt een teere, stijve stengel, die van den voet af

sterk vertakt is, vaak violet is aangeloopen, terwijl de takken rechtopstaand of opstijgend en alle bloemdragend zijn.

De bladen zijn priemvormig, 3-nervig, spits, evenals de stengel kaal of klierachtig behaard.

De bloemen zijn wit en staan in bijschermen. De bloemstelen zijn draadvormig, langer dan de kelk, ook na den bloei rechtopstaand. Kelkbladen zijn er 5, met smallen vliezigen rand. Zij zijn eirond-lancetvormig, 3-nervig, korter dan de doosvrucht. Kroonbladen zijn er 5, korter dan de kelkbladen (fig. I57a), zij ontbreken soms. Het aantal meeldraden is 10, soms 3—5. De 3 stijlen staan tegenover de kelkbladen. De doosvrucht is vliezig, langwerpig-kegelvormig, opent zich aan den voet met 3 kleppen (fig. 157b). Zaden talrijk, klein, niervormig, met kleine wratjes. © 5—10 cM. Juni, Juli.

Biologische bijzonderheden De bloemen zijn proterandrisch. Wat de ontwikkeling der bloemdeelen betreft, is de inrichting der bloem

dezelfde als bij Ammadenia. Zelfbestuiving zal wel optreden bij het des avonds sluiten der bloemen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. In geheel Europa komt de plant op zandige akkers en muren voor. Bij ons is zij zeldzaam, meest op rivierklei en op zandgrond aan deze grenzende, een enkele maal ook op zeeklei.

Volksnaam. De plant wordt in eenige streken muur genoemd.

Alsine tenuifólia.

Fig. 157.

a. bloem, b. opengesprongen vrucht.

') van 'tgriesche alsos: kreupelhout. Waarschijnlijk is het vroeger de naam voor Stellaria nemorum , die in bosschen groeit geweest. !) tenuifólia = dunbladig.

Sluiten