Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Siiponaria ') L.

s. officinalis*) L. Zeepkruid (fig. 188).

De wortelstok is vrij krachtig, vaak kruipend, geelbruin, vertakt, iets gebogen en met vele wortelvezels bezet. Daaruit komen zoowel bloem-

nracronHo o r. li i.. < « ^ vim

—6v.lut ais iiici-uioeienue siengeis. De eerste zijn krachtig, rond recht¬

opstaand, vooral naar boven fijn behaard, naar boven niet of weinig vertakt.

De kortgesteelde wortelbladen zijn eirond-lancetvormig, de stengelbladen langwerpig of elliptisch, groot, 3-5-nervig, spits, glad of iets behaard, met ruwen rand.

De bloemen staan aan den top van den stengel in tot bundels vereenigde bijschermen, zijn kort gesteeld, welriekend, groot, rose. De kelk is cylindervormig, naar het midden toe iets buikig, onbehaard of kort behaard, 15-20-nervig met 5 korte, toegespitste tanden. De kroonbladen zijn

uc ndgcia mei vieugeuijsten, de platen bijna gaaf met lijnvormige, vlakke keelschubben. Meeldraden zijn er 10, het vruchtbeginsel heeft 2 stijlen. De doosvrucht is 1-hokkig, langwerpig, met 4 naar buiten omgerolde tanden openspringend. De zaden ziin niervormig, talrijk, iets knobbelig. 4. 4-7 dM. Juli—September.

Biologische bijzonderheden. De bloemen zijn proterandisch en worden estoven door pijlstaart- en nachtvlinders, dus des avonds en des nachts. Ue bloemen hebben dan ook geen honigmerk en rieken alleen des avonds s erk. De honig is alleen bereikbaar door 5 nauwe kanalen en bevindt zich op een diepte van 23-25 mM in de bloem. De 5 nauwe kanalen ontstaan a. v Iedere nagel n (fig. 189) is naar binnen en naar buiten aan weerszijden gevleugeld. De buitenste vleugels zijn naar den kelk k gebogen en liggen er met de randen tegen, de binnenste naar het vruchtbeginsel v en reiken

Saponaria officinalis Fig. 188.

) \an l Latijnsehe sapo: zeep, omdat de wortelstok, die saponine bevat, door liet volk vroeger in plaats van zeep werd gebruikt. ') officinalis = geneeskrachtig.

DO hlnOmpfl etlln nllnnn O i- ■ •

yc .noemen staan alleen of 2 bij elkaar (soms vormen z.j een losse pluim). Zij zijn lila, aan den voet der plaat met een groene vlek en daar door roode haren gebaard Thh • Wlt' welrlekend ("aar vanille). De kelk-

n°hM A T„brCed eimnd me' een s,ckelPl|n! of kort geDe kelk is aan den top verdund, overlangs fijn gestreept. De plaat der kroonbladen is vinspletig ingesneden met langwerpig middenveld en lijnvormige slippen de nagel is wit en heeft geen vleugellijsten. De doosvrucht is cylfnch (hg. 187). 4. 3-6 dM. Juni-September.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in vochtige weiden en in bosschen in Midden-en Noord-Europa voor en is bij ons alleen op zandruggen in een veenachtig hooiland bij Meppel en bij Havelte gevonden.

Volksnamen. In Zeeuwsch-Vlaanderen spreekt men van groote kernoffels, in Oost-Drente van tuinanipr

Dianthus superbus

Fig. 187.

Sluiten