Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ue bloemen staan alleen of in armbloemige bijschermen, zij zijn vuilwit o roodachtig ' vnj §root' rechtopstaand, tweeslachtig. De kelk is eerst rolrond doch later om de vrucht ovaal, aan den top samengetrokken, klierachtig behaard, met 10 groene nerven en lijn-priemvormige tanden De kroonbladen hebben een diep 2-deeIige plaat met kleine schubben aan de keel. De doosvrucht is eirond-kegelvormig, 6-9 maal zoo lang als de behaarde vruchtdrager en springt met 6 tandjes open. O. 15-4 5dM Juni—Herfst. ' ' •

De plant gelijkt veel op Silene conica, doch het meest veel sterker vertakt zijn en de klierachtige beharing onderscheidt haar.

Biologische bijzonderheden. De bloemen gaan des avonds tegen 7 uur open dan zijn de helmknopjes ai opengesprongen en de stempels ziin al van stuifmeel voorzien, zoodat zelfbestuiving al heeft plaats gegrepen. Toch opent de bloem zich, zeker om van avond- en nachtvlinders nog vreemd stuifmeel op te doen. Veel bezoek ontvangt zij echter niet.

Bij vochtig weer blijft zij geheel gesloten, ook dan rijpen de zaden.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op kalk- en leemhoudend bouwland in Noord- en Midden-Europa voor en is bij ons vrij zeldzaam. '

M. album') Grcke. (Lychnis vespertina*) Sibth.) Avondkoekoeksbloem (fig. 204).

Uit den witten wortel, die verscheiden hoofden heeft, komen niet bloeiende bundels bladen en meest verscheiden rechtopstaande, naar boven vertakte,

meest ronde, dicht en kortbehaarde stengels (naar boven wordt de beharing klierachtig).

De onderste bladen zijn langwerpig, bijna zittend, de bovenste zijn lancetvormig, alle zijn behaard en spits.

De bloemen zijn groot, welriekend, openen zich tegen den avond, zij zijn wit en staan in een gevorkt bijscherm. De planten zijn 2-huizig. De bloemstelen en kelken zijn vaak kleverig behaard. De kelk der mannelijke bloemen is rolrond , die der vrouwelijke eirond, later opgeblazen, met driehoekige. stnmnP

Meiandryum aihum tanden. De kroonbladen hebben een 2-snletisre olaat

Fli» 901 O l i__i_._t.L- r b

' uvaic KceiscnuoDen en een geoorden nagel. De

doosvrucht is groot, ovaal, zonder vruchtdrager en springt met 10 rechtopstaande tanden open (fig. 204). De zaden ziin on den rug vlak. ©Q. 4,5-10 dM. Mei-Herfst.

Biologische bijzonderheden. De bloemen hebben geen honigmerk zij zijn over dag bijna gesloten en zien er als verwelkt uit, doch 's avonds openen zij zich en dan rieken ze sterk. Bij zonnig weer zijn ze van 9-6 uur gesloten , op beschaduwde plaatsen zijn ze echter ook over dag meer open. De honig wordt door de vleezige onderlaag van het vruchtbeginsel afgescheiden en ligt in de vrouwelijke bloemen 20 a 25 mM dien in de mannelijke 15 a 18 mM. Het behoeft ons dus niet te verwonderen' dat het weder avond- en nachtvlinders zijn, die voor de kruisbestuiving zijn aangewezen. 8

') album = wit- ') vesperlina = des avonds bloeiend.

Sluiten