Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FAMILIE 34.

— BERBERIDACEAE. -

Biologische bijzonderheden. De kleine bloemen lokken door haar honiggeur kleine insecten, die bij het zuigen stuifmeel van de knopjes meenemen en dit op de stempels van andere bloemen overbrengen. Daar bij het begin van den bloei de helmknopjes '/2 raM van de stempels afstaan, is dan spontane zelfbestuiving onmogelijk, doch deze kan later wel plaats hebben, doordat dan de bloem zich sluit en de helmknopjes tegen de stempels gedrukt worden.

Volksnamen. De plant wordt, behalve winterpostelein, op Walcheren genoemd Amerikaansehe spinazie en Russische postelein.

Voorkomen. De plant is inheemsch in Noord-Amerika en West-lndië. Zij wordt hier als groente gekweekt en komt vrij vaak verwilderd voor, doch bijna uitsluitend op het diluvium en in de duinen.

4. Calandrinia ') H. B. K.

C. compréssa •) Schrad. Calandrinia.

Dit is een vleezige plant met rechtopgaanden stengel.

De bladen zijn lijn-lancetvormig, vleezig.

De kelk is 2-deelig, blijvend. De bloemkroon is 3-5-bladig of-deelig, klein, purperrood, nauwelijks langer dan de kelk. Meeldraden zijn er 3 of 4(-5), aan den voet op de bloemkroon ingeplant. De vrucht is een met 3 of 4 kleppen openspringende doosvrucht.

Biologische bijzonderheden. De bloem bloeit slechts zeer kort van 9 uur des voormiddags tot des namiddags I uur. Dan worden de kroonbladen slap en week, doordat het celsap uit het weefsel treedt en de oppervlakte met een doorzichtig laagje bekleedt. Zulke weeke kroonbladen worden door insecten, vooral door vliegen, bezocht, die het sap oplikken of opzuigen en daarbij den stempel tegelijk met stuifmeel uit andere nog bloeiende bloemen voorzien.

Ook hier staan eerst de helmknopjes als bij Montia een eindje van de fluweelachtige stempels, doch later voeren zij een schroefvormige beweging uit, waardoor zij op de stempels komen te liggen en dus spontane zelfbestuiving niet uit kan blijven. Ook bij regenachtig weer, als de bloemen gesloten blijven, treedt deze op.

Voorkomen. De plant is afkomstig uit Chili en wordt wel als sierplant gekweekt. Zij is een paar malen verwilderd gevonden bij Amersfoort, Apeldoorn en Laag Soeren.

Familie 34. Berberidaceae Vent. Berberisachtigen.

Houtige of kruidachtige gewassen met verspreid staande, enkelvoudige of samengestelde bladen. Bloemen 2-slachtig. Kelk uit 2 of 3, bloemkroon uit 2 afwisselende 2- of 3-tallige kransen van blaadjes bestaand met dakpansgewijze knopligging. Kroonbladen vaak aan den voet met honigklieren, zelden met bijkroonbladen. Meeldraden in gelijk aantal als de bloemkroonbladen en voor deze staand, met vaak prikkelbare helmdraden. Helmhokjes door het zich elastisch oprollen van den buitenwand met een klepje openspringend (het eenige voorbeeld van dien aard bij onze inlandsche planten). Eitjes aan den voet of naast den naad zittend. Kiem in de as van het kiemwit liggend.

Tabel tot het determineeren der geslachten der Berberidaceae. A. Kelkbladen 6 of 9. Kroonbladen 6, aan den voet met 2 klieren. Vrucht een tweezadige bes. Heester Berberis blz. 178.

') naar J. L. Calandrini, een Zwitsersch plantkundige, f1734. samengedrukt.

Heukels, Flora.

') compréssa = 12

Sluiten