Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

later staan de bloemen horizontaal uit of schuin naar beneden. Zoodoende is het stuifmeel reeds tegen regen beschut, doch ook de schaalvormige, aan den top nog sterker naar binnen gekromde 3 binnenste kelkbladen en de 6 kroonbladen, die de meeldraden in niet geprikkelden toestand geheel bedekken, helpen hierbij mede.

De bloemen (fig. 212) zijn insectenbloemen, de 2 dikke, vleezige, oranjekleurige kussentjes aan den voet van ieder der kroonbladen scheiden honig af en deze is door den schotelvorm der kroonbladen goed verborgen. Ook hebben de bloemen den geur als lokmiddel. In de ruimte tusschen iedere 2 klieren ligt een meeldraad en

de honig verzamelt zich in de hoeken tusschen de helmdraden en het vruchtbeginsel. De meeldraden zijn, zooals wij boven reeds zagen, prikkelbaar en de straks genoemde beweging der meeldraden zal plaats hebben, als insecten naar de bloem komen, om er honig te zuigen. Zij raken daarbij allicht den verbreeden, prikkelbaren voet der meeldraden aan en bij de nu volgende beweiüinir van de helmknonies naar

den stempel, ontvangt de kop of de slurf van het jnsect,BloemvanBerberisvuIgaris-

dat zich tusschen de opengesprongen helmknopjes en Fig. 212.

den even hoog zittenden stempelrand bevindt, stuif- dc 3 bini)e„ste groo,ere

meel. Dan verlaat het insect de bloem en raakt in kelkbladen, b. de kroonbia-

een andere allicht de stempelvlakte, die tegelijk rijp hon,gkl|ertjes,

' . ' , meeldraden, c. stempel.

is met de helmknopjes, aan en geeft daaraan stuifmeel af. Zoo is kruisbestuiving vrij goed verzekerd. Het zijn vooral insecten met korte of tamelijk lange slurven, die honig komen zuigen, slechts enkele bijen komen 0111 stuifmeel te verzamelen.

Blijft insectenbezoek uit, dan komen, als de bloem verwelkt, de helmknoppen van zelf met den stempel in aanraking, dus heeft er zelfbestuiving plaats, die echter vaak niet tot zaadvorming leidt.

De berberisstruiken worden in het najaar, als de bessen rijp zijn, door vogels bezocht, wie liet te doen is 0111 liet vleesch der bessen te eten. Zij slikken daarbij de zaadjes ook door, die met de uitwerpselen het vogellichaam verlaten en zoodoende verspreid worden. Ook is gebleken, dat zulke zaden sneller ontkiemen, dan wanneer zij niet door een vogellichaam zijn gegaan.

Nut en schade. De bessen. die zuur zijn, worden wel gebruikt om er conserven en stroop uit te maken. Het hout levert een gele kleurstof, die wel in ververijen gebruikt wordt.

Voor den landbouw is de plant schadelijk, omdat zich op hare bladen een schimmel ontwikkelt, de Aecidium Berberidis, die daar roestkleurige vlekken vormt, waarin zich zoog. spermatiën en aecidiosporen ontwikkelen, die ontkiemen op de bladen der granen en daar in die planten een ziekte, de zoog. roest van het koren veroorzaken (Puccinia graminis). In die korenplanten vormen zich zoog. uredo- en teleutosporen , die weer op de Berberis overgaan.

Op de Berberisstruik komt soms ook een heksenbezem voor, veroorzaakt door een schimmel, Aecidium Magelhaenicum.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De heester komt in het wild voor op zonnige heuvels en in niet te dichte bosschen in Zuid- en Midden-

12*

Sluiten