is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en tusschen hakhout langs onze groote rivieren (Maas, Waal, Rijn, IJsel, Schelde) voor en is waarschijnlijk langs deze uit het Zuiden aangevoerd.

Eindelijk komt zij nog op eenige plaatsen in de duinen voor en moet daar waarschijnlijk als een in vroegeren tijd verwilderde sierplant beschouwd worden , die op den kalkhoudenden duingrond stand heeft gehouden.

De bladen zijn gevina, D-y-tamg, de Bovenste zijn -i-ianiy, in de jeugd zacht behaard, later onbehaard. De blaadjes zijn groot, tegenoverstaand, ovaal-lancetvormig, toegespitst, gaafrandig, groen van boven, blauwgroen van onderen. De paren staan vrij ver van elkaar.

De bloemen staan in vertakte, eindelingsche en bladokselstandige pluimen. De kelkbladen zijn langwerpig, stomp, bijna glad. De vrucht draagt een niet teruggebogen, fijn behaard, staartvormigaanhangsel (deblijvende stijl). De plant is vergiftig. 9-15 dM. 3-. Juni, Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederiand. De plant komt in Zuid-Europa op rotsachtigen, drogen grond voor. Zij is in ons land alleen bij de Bilt en Maastricht (?) gevonden. 7nndpr tu/iifpl wnron <1it vprwilrlprHp siprnlnnton

/.uiuai iwijici viaivii uu uiwuuuui aiti (juuiicii. uiensaus Flammula

Fier 910

C. Flammula-) L. Scherpe clematis (fig. 216).

De stengel is houtig, klimmend, als bij C. Vitalba, slank en bijna glad.

De bladen zijn langgesteeld. Dit is ook het geval met de blaadjes leorde, die tegenover elkaar staan, terwijl de paren 5 a 8 cM vaneen staan. De blaadjes 2e orde zijn ovaal, lancet- of lijnvormig, ongedeeld (zelden 2-3-lobbig), onbehaard.

De bloemen staan in rijkbloemige pluimen met tegenoverstaande, herhaald vertakte

takken. De kelkbladen zijn langwerpig , vrij smal, met stompen of afgeronden top. De vrucht draagt een tamelijk langen, iets behaarden staart (de blijvende stijl). 1,5-4,5 M. 1^. Juni—Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant behoort op rotsachtige, beschaduwde plaatsen aan de kusten der Middellandsche Zee thuis, zoodat de vondsten in ons land bij Zandvoort (1861), in den Aardenhout bij Haarlem (1866) wel betrekking zullen hebben op verwilderde sierplanten.

C. Viticélla ) L. Italiaansche clematis (fig. 217).

Deze plant komt in uiterlijk wel wat met C. Vitalba overeen, doch is sierlijker.

De bladen zijn meest dubbel gevind . met langgesteelde, zeer ver van elkaar staande, tegenoverstaande blaadjes le orde, die ook lang gesteeld zijn. De blaadjes der 2e orde zijn gaafrandig, eirond, met afgeronden of bijna hartvormigen voet, soms tot 2- of 3-lobbige blaadjes vergroeid, aan den rand, evenals de blad- en bloemstelen vaak rose gekleurd.

De bloemen zijn langgesteeld, groot, violet. De kelkbladen zijn aan den voet wigvormig samengetrokken, naar het einde zeer verbreed, gegolfdgekarteld en in het midden met een neerwaarts gebogen spitsje. 1,5-3 M. Ij. Juni—Augustus.

Clematis viticeiia.

Fig. 217.

I. vrucht, B. vruchthoopje.

') recta = recht, naar de groeiwijze. ») Flammula beteekent vlammetje en die naam heeft waarschijnlijk betrekking op den brandenden smaak der plant. ) Viticeiia is een verkleinwoord van Vitex, druif.

C. récta') l. Rechtopstaande clematis (fig. 215). De stengel is meest rechtopstaand, gestreept (fig. 215), behaard.