Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn en ga men den algenieenen

üairacmuTi nednraceum

Fig. 228.

Batrachium divaricatum

Fig. 229.

ver deze met den bladsteel vergroeid vorm der bladen in het water na.

Opmerkingen omtrent de soorten. Om aan de moeilijkheden bij het determineeren der Batrachiumsoorten te gemoet te komen, is de determinatietabel zeer uitgebreid. Ver¬

der is al, wat de soorten betreft, weinig vaststaand , want zoowel de vormen der drijvende, als die der ondergedoken bladen, vertoonen bij een zelfde soort heel wat verschillen en zoo is het ook met de andere deelen de plant. Hier volge daarom geen nadere be¬

schrijving der snnrtpn

doch worde alleen een en ander medegedeeld omtrent haar voorkomen.

B. hederaceum '» L. Klimopbladige Waterranonkel (tig. 228). Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in het Westelijk

cm muuru-wesienjKiieei van

Midden-Europa in helder stroomend water of langs de kanten van beekjes voor. In ons land iszij vrij zeldzaam en alleen op het diluvium en in de duinen in de buurt van Schoorl gevonden.

B. divaricatum •) Schrk. S t ij v e

waterranonkel (fig. 229).

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze soort komt in geheel MiHrlpn-

allerlei wateren. Ook bii ons wordt zii algemeen

J J O

Batrachium fluitaai»

Fig. 230.

Batrachium hololéucum

Fig. 231.

Eurona versnreid voor

in

aangetroffen, vooral in de duinen, op laagveen en rivierklei.

B. fluitans *) Lmk. Vlottende waterranonkel (fig. 230).

Voorkomen in Europa en in Nederland. Zij komt in stroomende wateren in een groot deel van Europa voor. In ons land is zij zeldzaam gevonden , het meest in de Maas en de Geul, doch ook op een paar plaatsen in den Rijn en den Krommen Rijn.

B. hololéucum 4) v. d. Bosch. Witbloem waterranonkel (fig. 231).

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze •htig. '-) divaricatum = wijd getakt. !) fluitans = drijvend.

Batrachium tripartitum

Fig. 232.

l) hederaceum = klimopachtig. 1 hololéucum = zuiver wit.

Sluiten