Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stengel is rechtopstaand, opstijgend of soms liggend en hier en daar wortelend, is meest sterk vertakt en gegroefd, veelbloemig. De wortelbladen en de onderste stengelbladen zijn gesteeld, langwerpig of breeder of smal-

ici iaiiv.v.ivuimi^, /.LiutaniLi nj i i-icii iv_ v i v ui ouillo,

vooral de wortelbladen langgesteeld tongvormig, zelfs hartvormig, vaak met verwijderden grof getanden rand, soms in ondiep water drijvend.

De bloemen staan aan het eind van den stengel en der takken dicht opeengedrongen. De kelk is afstaand of teruggeslagen. De vruchtjes zijn omgekeerd eirond, glad, zwak gerand, aan den top met een kort stomp puntje (fig. 236). Vergiftig. 15-45 cM. 2J-. Juni—October.

Men onderscheidt bij deze soort verschillende variëteiten.

i. serrata ') u.c. bladen alle getana. Ranancuius Fiammuia

y. angustifólia -) Wallr. Stengels teer en liggend. Fig. m

Bladen klein, lancetvormig.

<i. arenaria ■') D.C. Wortelbladen ovaal-lancetvormig. Stengelbladen lijnvormig.

e. ovata4) Pers. Bladen alle ovaal, gaafrandig of iets getand. ?. tenuifólia ') Wallr. Stengels teer en kruipend. Bladen bijna lijnvormig. r„ réptans °) L. (R. reptans L.). Stengel teer, wortelend, tusschen 2 knoopen boogvormig. Bladen klein, lijnvormig. Kroonbladen smal. Vruchtjes niet talrijk, met rechten snavel.

Biologische bijzonderheden. De bloemen zijn protrandrisch. Eerst springen de helmknoppen der buitenste meeldraden aan de naar de kroonbladen gekeerde zijde open en nu liggen de binnenste helmknoppen nog op de stempels. Insecten, die komen aanvliegen, hetzij naar het midden der bloem of naar een der kroonbladen, verlaten de bloem niet, zonder stuifmeel mede te nemen, daar zij zonder de helmknopjes aan te raken, niet bij den honig kunnen komen. Later buigen zich de binnenste meeldraden naar buiten en springen ook open aan de buitenzijde en nu komen de nu ook rijpe stempels bloot. Allicht zal nu bij het komen aanvliegen naar het midden der bloem kruisbestuiving plaats hebben.

Volksnamen. In Zuid-Holland heet de plant bitterbloem, in Salland egelgras, in Zuid-Limburg egelkool, in het Oostelijk deel van Noord-Brabant schaapsvuil.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze hygrophile plant is algemeen in vochtige weiden, langs veenslooten en op moerassige plaatsen door geheel Europa. In ons land is zij ook algemeen en komt wel het meest op het diluvium voor, doch is ook op allerlei alluviale gronden aangetroffen, de hoofdvorm het meest, de variëteiten zeldzaam en zeer zeldzaam.

R. Linyua') L. Groote boterbloem (fig. 237).

Uit den zeer krachtigen, doch korten wortelstok, komen een of meer bebladerde, in de onderste knoopen niet zelden wortels schietende, stijve

') serrata = gezaagd. *) angustifolia = smalbladig. •') arenaria = zand.

«) ovata = eirond. 5) tenuifólia = dunbladig. «) reptans = kruipend.

') Lingua beteekent tong en is een reeds bij Plinius gebruikte naam.

Sluiten