Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caltha palustris.

Fig. 249. a. Vruchthoopje.

9. Caltha') L.

C. palüstris2) L. Dotterbloem (fig. 249).

De plant heeft een korten, krachtigen wortelstok, die vertikaal in den

grond zit en vele wortelvezels draagt. Daaruit komen meestal verscheiden, meest vertakte, opstijgende stengels, die evenals de geheele plant onbehaard zijn en beneden een vrij groot aantal bladen dragen.

De bladen zijn donkergroen, glanzend, gekarteld, de onderste gesteeld, hartvormig, de hoogere overdwars breeder, niervormig, korter gesteeld of zittend. De bladstelen zijn van boven gegroefd en loopen naar beneden in een lange, breede scheede uit. Die seheede is bij de hoogere bladen meer van den steel gescheiden en omvat den stengel spoedig als een bruin vlies.

De bloemen staan alleen aan den top des stengels en der takken. Zij hebben 5 omgekeerd eironde of eironde, van binnen gele

en glanzende, van buiten doffere, vaak groenachtige (vooral in 't midden) kelkbladen. Kroonbladen ontbreken. De meeldraden zijn half zoolang als of korter dan de halve kelkbladen , geel, met lijnvormige, naar boven iets breedere helmdraden. De stampers zijn eerst korter dan de meeldraden en hebben stompe, op de iets naar buiten gebogen punt van de vruchtbeginsels zittende stempels. De 5-10 kokervruchten zitten als een ster bijeen (fig. 249), zijn samengedrukt, iets met hunne toppen naar buiten gebogen en dragen 1 rij van zaden. Vergiftig. 15-30 cM. April, Mei.

Biologische bijzonderheden. Deze echt hygrophile plant, die steeds op

vochtigen , moerassigen bodem voorkomt, bloeit soms in het najaar nog eens. De groote gele bloemen , die zich in den zonneschijn soms tot een vlakte van 4 cM middellijn uitspreiden, scheiden veel honig af door 2 vlakke verdiepingen aan weerszijden van ieder vruchtbeginsel (fig. 250). De droppeltjes van de naburige verdiepingen vloeien soms samen. Hoewel de meeldraden en stampers tegelijk rijp zijn , wordt toch de kruisbestuiving door insecten bevorderd , doordat de helmknoppen en wel het eerst de buitenste naar buiten openspringen en de insecten meest naar het midden der bloem komen aanvliegen.

De kokervruchten springen open door uitdroging, doch de spleet verwijdt zich door vocht, zoodat eerst bij

vochtig weer de zaden er uit kunnen komen en kans hebben door het water te worden verspreid.

Volksnamen. Dotterbloem is een zeer algemeene volksnaam , doch ook

Fig 250. Vruchtbeginsel van caltha palustris. h. honigkliertje,

') Caltha is waarschijnlijk een verkorte naam voor calatha , afgeleid van het Grieksche kalathos: korfje en zal dan betrekking hebben op den vorm der bloem, die eenige overeenkomst vertoont met het korfje der Compositen. Bij Virgilius en Plinius was Caltha een gele bloem , waarschijnlijk Calendula officinalis. ') palustris = moeras.

Sluiten