Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftftft. Hauwen met rolronden of kegelvormigen snavel, rolrond of bijna vierkant, de kleppen 1-nervig of soms met ovendien nog 2 zwakkere heen en weer gebogen zijnerven. Stengel kaal of verspreid behaard . . lirassica blz. 276. Zie ook Diplotaxis blz. 284 en Erucastrum blz. 284.

ftft. Hauwen overdwars ingesnoerd, geleed, niet openspringend. Kelk rechtopstaand. Onderste bladen liervormig, evenals de

... ai _ stengel stijf behaard Rapliaalstrun. blz. 314

bbb. Bladen alle gedeeld tot gevind of 3-deelig.

a. Kleppen der hauwen zonder of met 3 zwakke nerven.

««. Hauwen niet of zeer kort gesnaveld. rolrond, elliptisch tot lijnvormig, kort. Bladen vinspletig tot gevind, kaal.

.NasturtinDi blz. 251.

ftft. Hauwen langgesnaveld. Snavel sabel- tot kegelvormig Bladen

vindeelig Sinnpis blz. 281.

ft. Kleppen der hauwen 1-3-nervig.

«a. Hauwen niet zeer kort-, meest langgesnaveld.

aaa. Kleppen der hauwen 1-nervig.

I. Zaden in ieder hokje 2-rijig.

§. Bloemkroon geel, niet violet geaderd. Bloemstelen even lang als of langer dan de kelk.

Diplotaxis blz. 284. §§. Bloemkroon geelachtig wit, violet geaderd. Bloemstelen korter dan de kelk. Krnca blz. 286. I 1. Zaden in ieder hokje 1-rijig. Kleppen gewelfd. Bladen

meest behaard Krucastrum blz. 284.

Zie ook Harharea blz. 255.

ftftft. Kleppen der hauwen met 3 krachtige nerven. Zaden in ieder hokje 1-rijig. Bloemen geel . . sinapis blz. 281. ft ft- Hauwen ongesnaveld of zeer kort gesnaveld. Kleppen met 3 krachtige nerven. Zaden in ieder hokje 1-rijig. Bladen meest

... . behaard Sisymhrimn blz. 266.

Vruchtbeginsel (vrucht) hoogstens 3-maal zoo lang als breed. Vrucht een hauwtie. a. Bloemkroon wit, roodachtig, lila of violet.

aa. Kroonbladen gespleten of ongelijk van grootte.

aaa. Kroonbladen tweespletig.

«. Bladen over den geheelen stengel verdeeld. Meeldraden met

tandvormig aanhangsel aan den voet Ilerteroa blz. 289

ft- Bladen in een wortelroset. Meeldraden zonder aanhangsel.

Kropliila blz. 291.

bbb. Kroonbladen ongelijk, de buitenste grooter.

«. Bladen over den geheelen stengel verdeeld. Stengel vertakt. Meeldraden zonder aanhangsel. Hokjes der hauwtjes eenzadig.

Iberis blz. 300.

ft. Bladen alle of op 1-2 na in een wortelroset. Stengel onvertakt. De langere meeldraden aan den voet met een vliezig aanhangsel. Hokjes

der hauwtjes 2-zadig Teesdalia blz. 299.

ob. Kroonbladen niet gespleten, noch ongelijk, hoogstens iets ingesneden. aaa. Bovenste bladen bart- of pijlvormig stengelomvattend.

". Plant onbehaard.

aa. Alle bladen ongedeeld. Hauwtjes openspringend.

aaa. Hauwtjes bijna bolrond, ongevleugeld. Wortelbladen rond, niervormig of eirond, gesteeld . . Cochlearia blz. 291! ftftft. Hauwtjes min of meer platgedrukt, vooral aan den top gevleugeld. Wortelbladen omgekeerd eirond of langwerpig.

Tlilaspi blz. -297.

ftft. Wortelbladen bochtig vinspletig. Hauwtjes rondachtig-eirond, gezwollen, kort toegespitst, niet openspringend. Calepina blz. 311.

Sluiten