Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klep met 1 krachtige nerf. Zaden ovaal, samengedrukt, niet gevleugeld, 1-rijig. Bloemen vrij groot of klein.

Onderste bladen liervormig, gevind of vindeelig, de stengelbladen meerendeels geoord stengelomvattend.

Planten onbehaard met hoekig gestreepten stengel.

Biologische bijzonderheden. De bloemen vallen door het uitgespreid staan der kroonbladen goed op. De honigkliertjes zitten aan den voet der kortere en tusschen de voeten der langere meeldraden. Vooral door de eerstgenoemde kliertjes wordt veel honig afgescheiden, die zich verzamelt in de holte der 2 het dichtst daarbij staande kelkbladen. Die hoeveelheid is zoo groot, dat de meeldraden zich, zooals Müller het uitdrukt, zoo stellen, alsof de andere honigkliertjes er in het geheel niet zijn. De inrichting der bloem in verband met de bestuiving is vrijwel gelijk aan die, welke bij het overzicht over de familie bij Sinapis is beschreven.

Over de koekoeksgallen bij B. vulgaris, zie Nasturtium palustre.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Barbarea.

A. Vruchtstelen dunner dan de rijpe hauwen. Onderste bladen liervormig gevind met rondachtig-eirond topblaadje, dat vaak een hartvormigen voet heeft, de middelste liervormig ingesneden. de bovenste hoekig getand tot bijna vinspletig. Kroonbladen bijna dubbel zoo lang als de kelkbladen. Hauwen rechtopstaand op eenigszins afstaande stelen B. vulgaris blz. 256.

B. Vruchtstelen omstreeks even dik als de rijpe hauwen. Bovenste bladen vindeelig, de onderste gevind.

a. Onderste bladen 8-10-parig gevind met rondachtige zijblaadjes en grooter rondachtig gekarteld topblad. de bovenste met 5-6 paar lijnvormige zijslippen en een lijnvormig-langwerpige eindslip. Kroonbladen bijna dubbel zoo lang als de kelkbladen. Vruchttros los. Hauwen op afstaande stelen bijna rechtop- of uitstaand, 4-6 cM lang B. praeeox blz. 257.

b. Onderste bladen 3-5-parig gevind mei lancetvormige zijblaadjes en kleiner topblaadje, de bovenste diep-vinspletig. Vruchttros dicht. Hauwen meer afstaand, 2 a 3 cM lang B. intermedia blz. 257.

8. vulgaris ) R. Br. B a r b a r a k r u i d (fig. 292).

Uit den penwortel komen 1 of meer rechtopstaande, sterk gegroefde, onbehaarde, vertakte stengels. De wortelbladen staan in een roset en zijn

oneven gevind met 2 a 4 paar ronde of eironde zijblaadjes en een zeer groot, afgerond, aan den voet zwak hartvormig topblaadje. Het bovenste paar zijblaadjes is even breed als de breedte van het topblaadje, de onderste paren worden geleidelijk kleiner. De onderste stengelbladen gelijken op de wortelbladen, doch zijn alleen liervormig ingesneden, de bovenste zijn hoekig getand tot bijna vinspletig.

De bloemen zitten in trossen aan het eind van den stengel en in de bladoksels, zij zijn tijdens het opengaan meest ineengedrongen en zijn vrij

Barbarea vuigans gr0ot (7-9 111M) en goudgeel. De bloemstelen zijn F|g. 292. even jang a|g kelkblad t vrjj wat korter dan

de hauwen. De helmhokjes loopen aan den voet evenwijdig.

') vulgaris = gewoon.

Sluiten