Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. hirsüta ') Scop. Ruige scheefkelk (fig. 299).

Uit den wortel komt een meestal onvertakte, rechtopstaande stengel. De bladen zijn langwerpig en getand, die van het wortelroset zijn in een korten steel versmald, de stengelbladen staan min of meer rechtop, zijn zittend en stengelomvattend.

De bloemen staan in trossen en zijn wit. De kelkbladen zijn witgerand. De kroonbladen hebben een afgeronden top.

De vrucht is zeer lang. De hauwen zijn rechtopstaand, liggen tegen

den stengel, zijn smal lijnvormig, samengedrukt (fig. 299). De zaden zijn zwak gepunt, geheel of aan den top smal gevleugeld, liggen in 1 rij (fig. 299). 3-9 dM. ©0 en H-. Mei, Juni.

Vormen zijn:

«. hirsüta ') S.S. Stengel beneden ruw, met enkelvoudige of gaffelharen dicht bezet, zooook de bladen, daardoor de geheele plant dofgroen. Stengelbladen aan den voet afgeknot, geoord of met hartvormigen voet stengelomvattend. Oortjes van den stengel afstaand. Bladen eenigszins van den stengel afstaand. Zaden alleen aan den top gevleugeld.

c i\ n r* pi ,.i ..,„4. ..

f LS. V. . OlV.ll^V.1 UVIIVV4V. I I VVtll lint

door enkelvoudige of vertakte haren. Wortelbladen met enkele haren. Stengelbladen bijna onbehaard, daardoor de geheele plant grasgroen. Stengelbladen met diep hart-pijlvormigen voet stengelomvattend, met van den stengel afstaande oortjes. Bladen ook eenigszins van den stengel afstaand. Zaden alleen aan den top gevleugeld.

■/. Gerardi') Bess. Stengel dicht met tegen den stengel aangedrukte bladen bezet, evenals de bladen door aangedrukte, meest gaffelharen ruw, met hart-pijlvormigen voet stengelomvattend. Oortjes tegen den stengel aanliggend. Zaden rondom smal gevleugeld.

Biologische bijzonderheid. De bestuiving geschiedt bijna geheel als voor Sinapis is beschreven.

Volksnamen. Ook deze plant heet rijstebrij in Zuid-Holland en witte rijstebrij te Aalsmeer.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De vorm 2. hirsüta komt door geheel Europa aan boschkanten, in kreupelhout, op heuvels, in droge weiden voor, doch is bij ons vrij zeldzaam, alleen in de duinen meer algemeen. Op dergelijke plaatsen komt ook ,5. sagittata voor, die ook bij ons vrij zeldzaam is. De derde vorm 7. Gerardi komt In vochtige weiden, bosschen en op muren voor en is ook in Nederland vrij zeldzaam.

(3. Cardamlne4) L. Veldkers.

Kelkbladen opgericht of iets uitgespreid, 2 aan den voet met zakvormige aanhangsels. Stempel gaaf of uitgerand. Hauwen lijnvormig, dun, samen-

') hirsüta = ruwharig. 5) sagittata = pijlvormig. Naar Gérard, een Fransch

, botanicus uit de 18e eeuw. ') van het Grieksche cardamine, waarmee bedoeld werd

een naar sterkers smakende plant, waarschijnlijk Nasturtium officinale.

Arabis hirsüta

Fig. 299.

Sluiten