Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedrukt. Kleppen vlak, zonder nerven. Snavel kort of lang. Zaden ovaal, samengedrukt, zelden gevleugeld, in 1 rij.

Bloemen wit of lila. Bladen samengesteld, gevind. Planten onbehaard of aan den voet een weinig borstelig.

Biologische bijzonderheden. Bij de Cardaininesoorten rollen zich de vruchtkleppen, als de vrucht rijp is, met groote kracht van beneden naar boven spiraalvormig op, waarbij de zaden weggeslingerd worden.

Bij Cardamine pratensis en in mindere mate ook bij C. amara krommen zich de bloemstelen bij regen en des nachts om de bloem te beschutten. Dit gaat gepaard met het sluiten der bloemen.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Cardamine.

A. Kroonbladen wigvormig-langwerpig, klein (3-5 mM lang), rechtopstaand, tot dubbel zoo lang als de kelk. Stengel rechtopstaand. Blaadjes der onderste bladen rondachtig gesteeld. Bloemen wit t ,lirsuta b|z X3[

B. Kroonbladen omgekeerd eirond, vrij groot (7-15 mM lang), uitgespreid, 2 a 3 maal zoo lang als de kelk. Hauwen glad.

1. Kroonbladen wit, zelden lichtviolet. Helmknopjes violet. Stijl spits, lang. Blaadjes der onderste bladen rondachtig-eirond, die der stengelbladen langwerpig. Meeldraden bijna zoo lang als de kroonbladen C. amara blz 262

2. Kroonbladen lila, zelden wit. Helmknopjes geel. Stijl kort, stomp. Blaadjes der onderste bladen rond, die der stengelbladen lijnvormig of langwerpig Meeldraden half zoo lang als de kroonbladen ,,rat).nsis Wz 261.

C. pratènsis') L. Pinksterbloem (fig. 300).

Uit den korten schuin of horizontaal liggenden wortelstok verheft zich gewoonlijk een stengel, die van het midden af soms vertakt is en die hol, rond, rechtopstaand is en evenals de geheele plant kaal, beneden soms

roou is. ue onuerste maden staan in een wortelroset, zij zijn gesteeld, oneven gevind met ronde, hartvormige of eironde blaadjes, die gaafrandig of hoekig getand zijn. Meest is het topblaadje wat grooter, duidelijker getand, soms bijna 3-lobbig. De stengelbladen worden naar boven korter gesteeld, zij zijn ook oneven gevind, doch de blaadjes worden bij de hoogere bladen steeds smaller, eindelijk lijnvormig en gaafrandig. Soms zijn de onderste bladen wat behaard.

De bloemen staan in eindelingsche trossen, soms zijn er ook bladokselstandige, zij zijn lila, vrij groot. De kroonbladen zijn omgekeerd

eirond, uitgespreid, 2 a 3 maal zoolang als de kelk (7—15 mM lang). De vruchttros is vrij lang. De hauwen staan op lange, boogvormig opstijgende stelen, die iets korter zijn dan de hauwen, zij zijn lijnvormig, samengedrukt, cylindrisch (fig. 300). De zaden zijn ongevleugeld en staan in een rij. 1,5-3 dM. ik April—Juni.

Variëteiten zijn:

,S. dentatci2) Schuit. Stengelblaadjes getand.

•/. acaulis ') Berg. Er zijn alleen wortelbladen aanwezig en de bloemen zijn langgesteeld en staan in de oksels van deze.

') pratensis = weide. 2) dentata = getand. ') acaulis = stengelloos.

Cardamine pratensis

Fig. 300

Sluiten