Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Hauwen dikker dan de stelen. Tusschenschot dun, vlak.

a. Tusschenschot zonder nerven. Hauwen langer dan 3 cM.

«. Stengel ruw behaard. De onontwikkelde bloemen steken boven de ontwikkelde uit. Hauwen circa 2 maal zoo lang als de afstaande stelen, niet boven

de bloemen uitstekend Loeselit blz. 268.

/>. Stengel kaal. Hauwen circa 4 maal zoo lang als de stelen, ver uitstekend boven de in één vlak staande bloemen S. lrio blz. 269.

Zie ook in den tekst S. Wolgense blz. 270.

b. Tusschenschot met nerven. Bladen 2-3-voudig gevind. Stengel kort behaard. Hauwen circa 2'/* maal zoo lang als de afstaande stelen. 2 a 3 cM lang, niet boven de bloemen uitstekend. Kleppen zwak 3-nervig . . , s. Soplim blz. 270.

S. officinale ') L. Raket (fig. 307).

Uit den penwortel komt een stijf rechtopstaande, ronde, eerst enkelvoudige, later uitgespreid vertakte stengel, die met korte, stijve, aan den voet verdikte haren bezet is. Deze zijn beneden aan den stengel naar beneden gekeerd en verspreid, doch hooger op staan zij af en dichter bij elkaar. De bladen zijn alle iresteeld en vindeeliV.

aan weerszijden, doch vooral aan den rand stijf behaard , de onderste vindeelig met 2 a 3 paar langwerpige, getande slippen en een zeer groote, spiesvormige, ongelijk getande eindslip, de hoogere bijna spiesvormig driedeelig, de zijslippen sterker getand en wat naar beneden gebogen, de middenslip verlengd, minder getand, de bovenste eindelijk lijn-lancetvormig, weinig of niet getand.

De bloemen staan in eindelingsche trossen , zijn kort gesteeld , bleekgeel en klein. De kelkbladen zijn even lang als de bloemstelen, behaard en vallen spoedig af. De kroonbladen hebben een

bijna omgekeerd hartvormige plaat. De vruchttrossen zijn lang onbebladerd met tegen de spil liggende stelen. De hauwen zijn naar den top versmald' pnemvormig, meestal behaard, zij liggen tegen den stengel en hebben zwak 3-nervige kleppen. De zaden zijn rondachtig-langwerpig, klein, met fijne puntjes, bruin. 3-8 dM. O, misschien ook ©O. Mei—September Als variëteit komt voor ,S. leiocarpa D. C.2), met

onoenaarde nauwen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt door geheel Europa voor op ruige plaatsen, aan heggen en wegen en is ook bij ons algemeen. Ook de var. p. leiocarpa is vrij algemeen.

Gebruik■ De plant werd vroeger als versterkend en borstzuiverend middel aangewend en vooral tegen heeschheid aangeprezen.

S. altissimum') L. (S. pannónicum 4) Jacq.) Hongaarsche raket (fig. 308).

Uit den wortel komt de rechtopstaande, weinig

vertakte, ronde, borstelig behaarde (vooral beneden)

stengel. De wortelbladen staan in een roset, zijn ruw behaard, diep

Sisymbrium officinale

Fik- 307.

Sisymbrium altissimum

Fis. 308.

•) officinale = geneeskrachtig. *) leiocarpa = onbehaardvruchtig.

a altissimum = zeer hoog. 4) pannónicum =; Hongaarsch.

Sluiten