is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volksnamen. Behalve zwarte mosterd is ook de naam bruine mosterd in gebruik en wordt de plant op Zuid-Beveland semp genoemd.

fur°pa.en in Nederland. De plant komt op bebouwde en onbebouwde plaatsen m Midden- en Zuid-Europa voor. Bij ons wordt

nL onbeb°uwde Plaatsen en langs rivieroevers vrij algemeen gevonden. Ook wordt de plant gekweekt als bruin of zwart mosterdzaad, om het zaad, waaruit de gewone mosterd bereid wordt. Het wordt daartoe eerst LrH» en»e""n,en 'aat het dan een'Ke da^en overgoteii met zuur ge-

wnrrlfri^1"1 ° Zoodoende losse" de eiwitstoffen op en daarna

wordt de massa fijn gemalen.

in Vï 'Ta 'S Ï tefl' ^rootendeels beperkt tot Noord-Holland, vooral n de Streek (tusschen Hoorn en Enkhuizen) en wat noordelijker. Dat de

,strfken 4we,nig beteekent, zal wel daarmede in verband staan, dat de plant op de plaatsen, waar zij eens staat, moeilijk heet uit

rna[den" zelfs ri*t 'L' versPreiden- Sommige oude keuren be-

SpIH 7 ff' . Z'J " met toestemrT|ing der overheid mocht worden

Lir i, ï°°rt me" nU "0g vaak "ffi6". dat de teelt ""et vrij is, maar daarvoor de toestemming der buren noodig zou zijn.

B. lanceolata') Lange. (Sinapis juncea Aut.). Sareptamosterd.

" bovensie """" """

«■n»a *

Wl'Zfmo 1 HO vaderland dezer plaat I. ontclead. ZIJ I,

""u™""" m"a ,J°n

B. oleracea ) L. Kool (fig. 324).

, ,D,e| St^ngel is rechtopstaand, aan den voet wat houtig, uit de bovenste ' °|SC,S verta ' en ,ieeft vr|j groote, dikke, blauwgroene bladen, die c nas cc stengel onbehaard zijn. De wortelbladen zijn gesteeld, liervor-

wig-vinueeiig, getand, min of meer gegolfd en stomp. De onderste stengelbladen gelijken min of meer op de wortelbladen, de overige zijn eirond-langwerpig tot Iancetvormig, stomp met getande randen en zitten met een breeden voet (die niet hartvormig is, als bij B. Napus en B. Rapa).

De bloemen staan in eindelingsche en zijstandige trossen, die los zijn en reeds voor den bloei verlengd (als bij B. Napus), zij zijn citroengeel (niet goudgeel als bij B. Napus) en verwelken met een witte kleur. De kelkbladen treden wel boven uit elkaar, doch sluiten tegen de kroon-

oiauen aan.

De hauwen staan rechtop op afstaande stelen , zijn stomp 4-zijdig, kortgesnave d, met 1-nervige kleppen (fig. 324). De snavel heeft slechts '/, a der lengte der kleppen. De zaden zijn bruin en glad. 6-12 dM. 00. Mei, Juni, zelden G, Juli—September.

Brassica oleracea

Fitf. 324.

') lanceolata = Iancetvormig.

■) van olus: groente.