Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bastaard van Brassica Napus en Sinapis arvensis is bij de meelfabriek te Middelburg «evonden met volkomen vermenging van de kenmerken der beide soorten.

B. elongata ') Ehrh. Tros kool

Bij deze plant zijn de bladen van onderen blauwgroen, langwerpig-eirond, naar beneden versmald, vinspletig, onregelmatig stomp getand, stijf gewimperd, de bovenste zijn lijnvormig-langwerpig, bijna zittend, gaafrandig.

De bloemen staan in vrij losse, verlengde trossen, zijn geel en vrij klein. De kelk is bijna gesloten.

De hauwen staan op uitstaande stelen een weinig opgericht en zijn knobbelig. De snavel is kort. De stempel is knopvormig, uitgerand.

Bij ons komt alleen de ondersoort ft. armoracioides') Czern. voor, waarbij de bladen grootendeels ongedeeld zijn.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Zuid-Rusland en den Levant voor en is bij ons met graan aangevoerd bij Deventer. Apeldoorn. Rotterdam en Charlois.

15. Sinapis3) Trn. Mosterd.

Kelkbladen uitgespreid, rechtopstaand, aan den voet gelijk. Kroonbladen 'anggenageld. Stempel gaaf of uitgerand. Bloemstelen zich tijdens den vruchttijd niet verlengend (wel bij Brassica). Hauw cylindrisch of bijna vierhoekig, openspringend, met gewelfde, meest 3-5-nervige kleppen. Snavel kegel- of sabelvormig. Zaden bol-, zelden eirond, 1-rijig, scherp smakend.

Bloemen geel. Onderste bladen liervormig-vinspletig, niet stengelomvattend, gevind. Planten blijvend behaard, soms niet sterk.

Tabel tot het d eter mi neeren der soorten van het geslacht Sinapis.

A. Kelk rechtopstaand. Bladen alle diep vinspletig tot gevind. Kleppen der hauwen niet

3 krachtige nerven. Snavel korter dan de hauw s. Cheiranthns blz. 281.

B. Kelkbladen horizontaal afstaand. Bloemen vrij groot. Hauwen meest knobbelig (niet

bij S. pubescens).

a. Hauwen van den stengel afstaand. Kleppen 3-5-nervig.

aa. Snavel kegelvormig, iets korter dan de hauw. Bovenste bladen zittend, eirond

of langwerpig, bochtig getand S. arvensis blz. 282.

bb. Snavel samengedrukt, sabelvormig, sikkelvormig gekromd, langer dan de hauw. Bladen alle gesteeld en vindeelig tot gevind.

«. Bladen liervormig-vindeelig of gevind met langwerpige slippen of blaadjes. Stengels, bladen en hauwen borstelig. S. alba blz. 282.

/>'• Bladen vindeelig, doch niet liervormig, met lancetvormige slippen. Stengels, bladen en hauwen glad . ... S. disseeta blz. 28:(. b. Hauwen tegen den stengel gedrukt. Kleppen zonder zichtbare nerven. Bovenste bladen zittend.

S. pubesceus blz. 2$i.

S. Cheiranthus 4) Koch. Muurbloem mosterd (fig. 327).

De plant is beneden borstelig behaard. Uit den penwortel komt een rechtopstaande, ronde en verwijderd-bebladerde stengel. Deze draagt beneden een wortelroset van bladen.

wt Kiaucii ÜJII tule uicp vinspieug lOl gevinu, gesteela, üe Sinapi» Cheirantnus

onderste met langwerpige, ongelijk getande of bijna gaaf- Fig. 327.

randige zijslippen en een eindslip, die eigenlijk met de 2

bovenste bladslippen vereenigd is, dus zeer breed en drielobbig is, de bovenste met lijnvormige, gaafrandige slippen.

') elongata — verlengd. ') armoracioides = mierikachtig.

J) van sinapi: grieksche naam voor mosterd. Dit bestaat uit si, een verkorting van sitos: spijs, né, een ontkenning en puthoo: bederven. Sinapis beteekent dus bederfwerend, in het bijzonder antiscorbutisch en slaat daarop, dat deze planten en andere tegen scheurbuik werden aangewend. ') cneiranthus = muurbloem.

Sluiten