is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloeiwijze meer opvallend. Alle bloemen zijn hier stralend, in tegenstelling an de Umbelliferae, waar alleen de buitenste der bloeiwijze stralen, doch dit is hier ook wenschelijk, daar in dezelfde mate als het bloeien voortgaat ook de bloemspil zich strekt en daardoor komt tijdens den bloeitijd iedere bloem aan den rand der bloeivlakte te staan en blijft dus de bloeiwijze steeds verbreed. Ook de aan den top witgekleurde kelkbladen werken mee om het geheel nog meer in het oog te doen vallen.

De aanhangsels der 4 langere meeldraden omsluiten het samengedrukte vruchtbeginsel. Juist boven het midden van den voet van het naburige bloemkroonblad heeft ieder dier aanhangsels een kleine bocht. Tusschen deze en de ook in het midden van den nagel van het kroon blad aanwezige bocht bevindt zich een klem honigkliertje. De helmknoppen der 4 langere meeldraden steken iets boven den stempel uit, die der 2 kortere staan even hoog als de laatste. Bij het opengaan der bloem maken alle 1 , draai de 4 langere ieder naar de naburige kortere, de kortere naar de buitenzijde der bloeiwijze. Nu springen zij open. Insecten, die naar een der buitenste 2 honigkliertjes willen, raken met kop en snuit de 2 naburige helmknopjes aan terwijl zij, als zij naar een der binnenste 2 honigdroppels willen slechts een helmknopje aanraken. In beide gevallen stooten zij met de andere zijde van den kop of snuit tegen den stempel. Zij bewerken dus kruis- en zefbestuiving, de laatste kan ook spontaan optreden door het stuifmeel der lange meeldraden.

De zaden worden kleverig, als zij vochtig worden en hechten zich daardoor stevig aan de plaats, waar zij ontkiemen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op drogen open en bebouwden zandgrond in bijna geheel Europa voor en is bij ons op dergelijke plaatsen ook algemeen.

20. I'beris L.') Sc heef bloem.

Kelkbladen aan den voet gelijk, dikwijls gekleurd. Kroonbladen ongelijk de 2 buitenste veel grooter, dus stralend. Helmdraden zonder aanhangsels' Hauwtjes rond of omgekeerd eirond, aan den top uitgerand, zijdelings samengedrukt, openspringend met gevleugelde kleppen. Stijl draadvormig

vestigd VmC 1_zadlg' het zaad aan den t0P va» het hokje be-

Bloemen wit, lila of purper, vrij groot. Bladen gaafrandig, getand tot vinspletig. Plant weinig of niet behaard.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Iberis.

A' ontsor^end" m .Slotte. verlen«d, e" los- "us bloemstelen op verschillende hoogte

vei^kZr Jan drklëpp?n B gWerPiR' S,°mP' der vrucht B. Vruchttrossen kort dicht, bijna schermvormig, dus bloemstelen bijna alïTop dézeWe hoogte ontspringend. Bladen lancet- of lijnvormig, spits, verwijderd getand Vleugellobben der vrucht even lang als de kleppen uml)ellata b|z. ^

') komt van 't Grieksche ibèris, de oude naam van Lepidium Iberis: een Iberische dus