is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. De bovenste 4 kroonbladen opgericht (de middelste 2 naar de bovenste 2 gericht en deze met hunne randen bedekkend). De onderste 3 kroonbladen aan den voet gebaard. Stijl opstijgend. Stempel bijna bolrond, hol, met een zijwaartsche opening, die een klepje aan den onderrand draagt. Steunbladen handdeelig of vinspletig.

a. Steunbladen handdeelig. Spoor even lang als of nauwelijks langer dan de kelkaanhangsels. Bloemen geel, zelden de bovenste kroonbladen of alle blauwviolet.

V. luten blz. 326.

b. Steunbladen liervormig-vinspletig. Spoor dubbel zoo lang als de kelkaanhangsels. Bloemen geel of driekleurig, zeer verschillend in grootte . . V. tricolor blz. 326.

V. palüstris ') L. Moeras viooltje (fig. 386).

De wortelstok kruipt en heeft dunne, witachtige uitloopers. Uit dien

wortelstok komen de langgesteelde bladen en de bloemstelen. De bladen zijn rondachtig-niervormig, stomp of kort toegespitst, onbehaard, aan weerszijden groen, doch van onderen bleeker, vaak met roode puntjes. Aan den voet van den ongevieugelden bladsteel zitten eironde, toegespitste, aan den rand fijn klierachtig getande steunblaadjes.

De bloemstelen zijn langer dan de bladen, iets kantig en dragen in of onder het midden 2 schutblaadjes. De bloemen zijn vrij klein, bleeklila, reukeloos. De kroonbladen zijn omgekeerd eirond, stomp, de bovenste 2 zijn eenkleurig, de zijdelingsche 2 hebben een donkerviolette streep, het

onderste is purperroodachtig, geaderd, met een korte, stompe spoor, die weinig langer is dan de kelkaanhangsels. De stijl is naar boven iets verdikt, loopt uit in een plaatvormigen, scheeven stempel, die naar onderen in een kort snaveltje uitloopt (fig. 386). De vruchtstelen staan, als de vrucht rijp is, rechtop, zijn aan den top haakvormig gekromd, met een hangende doosvrucht. De doosvrucht is iets langer dan de kelk, stomp, onbehaard. 5-15 cM. 2J-. April, Mei.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa, behalve aan de kusten der Middellandsche Zee, op moerassigen heide- en veengrond voor. Bij ons is zij vrij algemeen, vooral op moerassige heiden

(ook wel in duinpannen), doch weinig in laag veen.

V. hirta2) L. Ruig viooltje (fig. 387).

Van het Maartsch viooltje onderscheidt zich dit, doordat de bloemen geen geur hebben, door het ontbreken van uitloopers, door de sterkere beharing van alle deelen, door de langwerpig-hartvormige (niet rond-hartvormige) bladen, door de lichtere kleur der bloemen en ook door het grooter aantal van deze.

De plant heeft een dikken wortelstok, zonder uitloopers. Uit dien wortelstok komen tal van langgesteelde wortelbladen, die min of meer langwerpighartvormig, stomp gekarteld en dicht behaard zijn (evenals de geheele plant). In het begin van den bloeitijd zijn de bladen nog klein, meest opgevouwen en de haren, behalve die van den bladsteel, zijn nog

dicht aanliggend, zoodat zij pas met een Ioupe zijn waar te nemen. Later

Viola palus'.r's Fig. 386.

Viola kirla Fig. 387.

') palüstris = moeras. Heukels, Flora.

-) hirta = kortharig.

21