Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Biologische bijzonderheden. Bij vele Hypericumsoorten zijn klierachtige, kleverige kelken, die opkruipende insecten beletten naar de bloemen te' komen, waar zij toch geen dienst zouden doen. De oliekliertjes in de bladen houden dieren terug om de plant te eten.

De bloemen zijn groot, levendig gekleurd door bloemkroon en meeldraden. Zij bevatten geen honig (behalve misschien H. helodes) en zijn homogaanu

H. helodes ') L. Moerashertshooi (fig. 400).

Deze plant gelijkt wel iets op H. humifusum, doch is veel krachtiger en heeft grootere bladen.

Uit den wortelstok, die vertakt is, komen liggende, alleen aan den top opstijgende stengels, wier takken opstijgend en

dicht bebladerd zijn. De bladen zijn tegenoverstaand, rond-eirond, zittend, half stengelomvattend, afgerond, met fijne doorschijnende puntjes en zij zijn fluweelachtig viltig, evenals de stengel.

De bloemen staan in meest 3-bloemige, eindelingsche bijschermen, zijn vrij groot, geel (vaak komen onder de topbloeiwijze alleenstaande bloemen voor) en alleen des middags open. De kelkbladen zijn eirond, door gesteelde klieren gewimperd, vliezig, 3-nervig. De kroonbladen zijn blijvend, 4-5 maal zoo lang als de kelk. Meeldraden 15, korter dan de kroonbladen, tegen het vruchtbeginsel liggend. Tusschen de meeldradenbundels zitten zeer kleine kroonachtige, tweespletige misschien honig-

afscheidende klieren, die tegen het vruchtbeginsel zijn aangedrukt. De doosvrucht is ovaal, weinig langer dan de kelk, 1-hokkig, met 3 kleppen openspringend. 1-3 dM. 2-, Juli-September.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Op vochtigen hei- en veengrond komt de plant in West-Europa voor. Bij ons is zij bijna uitsluitend op vochtigen heigrond en aan den rand van heipoelen gevonden.

H. perforatum2) l. Sintjanskruid (fig. 401).

Uit den houtigen, vertakten wortelstok komen verschillende, rechtopgaande

a:~ i i i

oicnfccia, uic iuiiu zijn, uocn met z uitstekende, van de onderzijde van ieder blad tot het volgende afloopende scherpe kanten (fig. 401). Uit de oksels der meeste bladen komen zijtakken, die öf kort en bebladerd zijn öf ook bloemen dragen. De bladen zijn tegenoverstaand, zittend of zeer kortgesteeld, eirond of langwerpig, onbehaard even als de geheele plant, stomp, gaafrandig, van onderen bleeker met doorschijnende puntjes, ook vaak met zwarte klierpuntjes aan den rand.

De bloemen zitten aan den top van den stengel en aan de zijtakken in bijschermen, die samen een breede pluim vormen. Zij zijn vrij groot en levendig geel. De kelkbladen zijn lancetvormig, meest zeer spits, doorschijnend en zwart

gepunt, de kroonbladen zijn 2 a 3 maal zoo lang als de kelk, scheef eirond, ') helodes = moeraskruid. -') perforatum = doorboord.

Hyper^cum helodes

Fig. 400.

Hypericum perforatum

Fig. 401.

Sluiten