Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— OXALIDACEAE. —

FAMILIE 50.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan wegkanten, in heggen, op puinhoopen in Midden- en Zuid-Europa voor en is bij ons op dezelfde plaatsen zeldzaam.

E. malacoides ]) Willd. Malvereigersbek (fig. 446).

Uit den penwortel komt een vrijwel rechtopstaande, soms ook liggende stengel, die meest vertakt is. De bladen zijn tegenoverstaand, langgesteeld, stomp, aan den voet iets hartvormig, eirond, zwak gelobd en aan den rand gekarteld, behaard.

De bloemstelen zijn 3-8-bloemig, langer dan de bladen, klierachtig behaard, evenals de bladen en bladstelen, de bloemsteeltjes zijn 3 S 5 maal zoolang als de kelk. De schutblaadjes zijn breed ovaal, stomp. De kelkbladen zijn genaaid, 3-5-nervig. De kroonbladen zijn bleekrood tot lila, eirond, weinig langer dan de kelk. De helmdraden zijn onbehaard. De vruchtsnavel is 2 a 3 cM lang, dun (fig. 446). 1-4 dM. O. April—Juli.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt aan wegen en op puinhoopen in Zuid-Europa voor en is bij ons alleen aangevoerd (Apeldoorn, duinen achterClingendaal bij 's Gravenhage, 's Gravenhage).

Familie 50. Oxalidaceae D. C. Klaverzuringachtigen.

Bladen gesteeld, drietallig. Blaadjes in den knop naar beneden gebogen, gevouwen. Bloemen in de bladoksels, alleenstaand of in schermachtige bijschermen, regelmatig. Kroonbladen in den knop gedraaid. Meeldraden in 2 kransen, alle vruchtbaar, de helmdraden aan den voet vergroeid. Vruchtbeginsel 5-hokkig, door de middennerven der vruchtbladen 5-kantig. Zaden 1 of meer, hangend, omgekeerd. Vrucht met 10 kleppen openspringend, die echter beneden en boven verbonden blijven, eerst springen meestal de hokjes langs de middennerf der vruchtbladen open en dan ook nog langs de randen van deze. De zaden hebben een rechte kiem, die in de as van het vleezige kiemwit ligt.

1. O xalis l) L. Klaverzuring.

Bloemen regelmatig. Kelk 5-slippig, blijvend. Kroonbladen 5, gelijk, vrij of aan den voet iets vergroeid. Meeldraden 10, aan den voet vergroeid, de 5 langere tegenover de kroonbladen staand. Stijlen en stempels 5, op een bovenstandig vruchtbeginsel. Doosvrucht met 5 veelzadige hokjes.

Bloemen wit, rose of geel, alleenstaand of in schermvormige bloeiwijzen met schutblaadjes aan den voet der steeltjes. Bladen wortelstandig of verspreid, omgekeerd hartvormig. Kruidachtige planten.

Biologische bijzonderheden. De planten van dit geslacht bevatten kaliumbioxalaat (zuringzout), welke stof ze beschut tegen het opvreten door slakken.

i) malacoides = malveachtig. ») van 't grieksche oxus: zuur en als: zout, daar de plant een zure stof bevat, waaruit het zuringzout komt. Op die zure stof berust ook de naam: klaverzuring.

Erodium malacoides

Fig 446

Sluiten