Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladen zijn omgekeerd eirond en hangen iets samen. De stempels zijn stomp. De doosvrucht is langwerpig, onbehaard en bevat dwarsgestreente zaden. 1-3 dM. i-. Juni—October.

Biologische bijzonderheden. In de bloemen staan de helmknopjes der langere meeldraden op dezelfde hoogte als de stempels, doch zij staan er eerst een eind van verwijderd, zoodat insecten, die met stuifmeel beladen aan komen vliegen, daarvan op de stempels afgeven, dus kruisbestuiving bewerken. Na eenige uren neigen de helmknopjes naar de stempels, dus kan spontane zelfbestuiving plaats hebben. De kortere meeldraden blijven bestemd om stuifmeel aan insecten af te geven voor de kruisbestuiving.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant is afkomstig uit NoordAmerika, doch reeds voor langen tijd ingevoerd en ook geheel ingeburgerd op bouwland, vooral in moestuinen. Daar is zij bij ons algemeen.

Volksnamen. De namen schapenklaver wordt in Friesland en WestFriesland, koekoeksmoos in den Achterhoek van Gelderland, koekoek en koekoeksbrood in het Land van Hulst, mier in Noord-Limburg, hazenklaver in Zuid-Limburg gebruikt.

0. corniculata ) L Gehoornde klaverzuring (fig. 449).

Deze plant gelijkt veel op de vorige, doch de wortelende uitloopers ontbreken hier geheel.

Uit den penwortel komt de aan den voet liggende, doch verder rechtopgaande stengel, die vrii dicht behaard is Mpest.il

is die stengel reeds van den voet af vertakt en de takken zijn dan ook opstijgend. De stengels zijn beneden vaak roodachtig. De bladen staan verspreid, zijn 3-tallig, vrij langgesteeld, met omgekeerd hartvormige blaadjes en langwerpige, met den voet van den bladsteel vergroeide steunblaadjes.

De bloemen staan op lange stelen in 2-3-bloemige schermen. Die stelen komen uit de bladoksels en zijn vaak korter dan de bladen, in wier oksels zij staan. De bloemen zijn klein, geel. De kelkslippen zijn lancet-lijnvormig, liggen tegen de doosvrucht aan. De kroonbladen zijn eirond, iets uitgerand.

oiv.npuio iju oiump. uc uuusvrucni is lijnvormig

langwerpig, behaard en bevat dwarsgestreepte zaden. 5-30 cM O en

rr* o* Ar%-:i i

npiu—uLiuuer.

Biologische bijzonderheden. Omtrent de bestuiving geldt hetzelfde als bij O. stricta is gezegd.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt op bebouwde en onbebouwde gronden vooral in Zuid-Europa voor, doch is bij ons sedert langen tijd ingevoerd op akkers en vooral in moestuinen. Toch is zij bij ons vrij zeldzaam. Ook is de als sierplant gekweekte vorm met zwartroode bladen bij ons verwilderd gevonden. Zij is dus evenals O. stricta een akkeronkruid.

Volksnamen. In den Achterhoek van Gelderland heet zij ook koekoeksmoos, in Friesland, Groningen en Noord-Overijsel schapenklaver.

•) corniculata = gehoornd.

Oxalis corniculata Fig. 449.

Sluiten