Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Poly'gala') L. V 1 e u g e 11 j e s b 1 o e m.

Bloemen symmetrisch. Kelkbladen 5, zeer ongelijk, de 3 buitenste klein, de 2 binnenste groot, bloembladachtig gekleurd, op vleugels gelijkend. Kroonbladen 3(-5), ongelijk, het binnenste grooter, gegroefd, van voren met franje bezet. Meeldraden 8, met de kroonbladen vergroeid en ook samen met het onderste deel der helmdraden vergroeid, terwijl het bovenste deel van deze 2 bundels vormt ieder met 4 helmknopjes. Vruchtbeginsel 1 met 1 stijl en een 2-spletigen stempel. Vrucht een samengedrukte, gevleugelde, uitgerande doosvrucht. Zaden behaard, aan den voet met een gelobd vleezig aanhangsel.

Bloemen in trossen, klein, blauw, rose of wit. Bloemen ieder met 3 schutblaadjes. Bladen gaafrandig, klein, zittend, alle of alleen de bovenste verspreid staand, zonder steunblaadjes. Kruidachtige, al of niet behaarde planten.

Biologische bijzonderheden. De Polygala's hebben homogamc bijenbloemen (fig. 462). De bloembladachtig gekleurde kelkbladen dienen als

lokmiddel, de kroonbladen zijn veel meer beschuttende organen voor de geslachtsdeelen. De franjeachtig uitstekende deelen van het onderste bloemkroonblad vormen de plaats, waar het insect zich op neer zet en in de daarachter liggende gleuf liggen de meeldraden in het lepelvormig einde van den stijl. Achter dit laatste ligt als een haakvormig, kleverig uitsteeksel de stempel. De helmknopjes liggen over dien stijllepel, zoodat het stuifmeel uit de opengesprongen hokjes er in valt. Daar wordt het bewaard, terwijl de meeldraden ineenschrompelen. Komt nu een insectenslurf naar den voet der bloem om honig te krijgen, dan strijkt deze eerst langs den

lepel en dan langs den stempel. Bij het naar binnen steken blijft er geen stuifmeel uit den lepel aan den slurf zitten, maar is deze langs den stempel gestreken en daardoor kleverig geworden, dan blijft er bij het terugtrekken wel stuifmeel aan kleven, dat nu in een tweede bloem aan den stempel afgegeven wordt. Zoo heeft kruisbestuiving plaats. Maar ook als insectenbezoek uitblijft, kan er spontane zelfbestuiving plaats hebben, daar tenslotte de stempel zich zoover naar dien lepel toebuigt, dat er stuifmeel aan blijft kleven, ook is vaak de lepel zoo gevuld, dat het stuifmeel tot aan de stempelplaat zit, zoodat een insectenslurf, die zich naar binnen schuift, het er op drukt.

Ook kleistogame bloemen zijn bij de Polygala's waargenomen.

!) van het grieksche polus: veel en gala: melk, hetgeen er op slaat, dat het gebruik dezer planten het melkgevend vermogen van het vee zou vermeerderen.

Polygala comosa.

Fig. 462.

/. Bloem van ter zijde gezien f s kelkblad, Si een der zijdelingsche groote kelkbladen, p kroonblad, p\ bet onderste kroonblad .

2. Bloem van onderen gezien (letters als bij 1),

3. Onderste kroonblad met de inwendige organen , van boven gezien, a helmknopjes, s stempel, I lepelvormig eind van den stijl.

4. Stamper van boven gezien, vb vruchtbeginsel , st stempel. / lepel, 5. Stamper van ter zijde gezien (letters als 4), 6. Het onderste kroonblad in een bloem, die op het punt is om open te gaan, middendoor gespleten, om de ingesloten helmknopjes a te doen zien.

Sluiten