Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groene takken. De bladen staan verspreid, zijn kort gesteeld, blijvend, stijf, glanzend, eirond, stijf stekelpuntig, zonder steunbladen.

De bloemen staan 5-10 bijeen, in kortgesteeiae, okselstandige hoopjes. Zij zijn regelmatig, wit, soms roodachtig van buiten, zwak welriekend. Zij hebben een 4-5-lobbigen, kleinen, blijvenden kelk met stompe slippen, een stervormige, 4-5spletige bloemkroon, 4-5 meeldraden, op de bloemkroon ingeplant en een vruchtbeginsel met zeer korten stijl en 4-5 stempels. De steenvrucht is licht scharlakenrood, soms geel, bolrond, iets grooter dan een erwt met 4-5 driehoekige, bruingele steenen (fig. 467). 6-36 dM. h Mei, Juni, vrij vaak nog weer in den Herfst.

Biologische bijzonderheden. Soms zijn de hulsten tot boomen opgegroeid en dan zijn de bladen der

takken vaak bijna gaafrandig, alleen met een stekel aan den top en soms met enkele tanden. Door de stekelige bladen zijn de planten sterk beschermd tegen dierenvraat, doch voor de bovenste bladen van boompjes is dit geheel overbodig.

In tuinen vindt men ook vormen met bonte bladen.

De vruchten vallen door hunne roode kleur sterk op te midden van het blijvende, groene loof en worden door vogels gegeten en zoo de zaden verspreid. De zaadkernen kiemen eerst in het 2e jaar.

Voorkomen en gebruik. Deze heester komt in bijna geheel Europa in bosschen voor en is bij ons vrij algemeen in hooggelegen bosschen. Ook wordt hij als sierheester in parken en tuinen gekweekt en voor heggen gebruikt. Het hout wordt om zijne groote hardheid voor draaiwerk gebruikt en uit de schors wordt een taaie lijm bereid.

Volksnamen. Behalve hulst worden de namen kattendoorn (Noord-Veluwe), piekerdoorn (Land van Hulst), steekblaren (Zuid-Limburg) en holstkrabben (Oostelijk deel van Gelderland en Overijsel) gebruikt.

Familie 60. Vitaceae Juss. Wijnstokachtigen.

Meest klimmende heesters met verspreide, handlobbige tot handvormig samengestelde bladen met steunblaadjes. Bloemen 2-slachtig of veeltelig. Kelk onderstandig, 4- of 5-tandig of ongedeeld. Kroonbladen in den knop klepvormig of naar binnen gevouwen. Meeldraden voor de kroonbladen staand. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig, ieder hokje met 2 eitjes of met 1 bodemstandig eitje. Stempel geheel of bijna geheel zittend. Vrucht een bes. Zaden met harden wand en kraakbeenig kiemwit.

1. Yitis l) L.

V. vinifera '-) L. Wijnstok (fig. 468).

Deze plant is een klimmende heester, die zich vasthecht met ranken, die tegenover de bladen staan en als onvolkomen ontwikkelde takken beschouwd moeten worden. De bladen staan verspreid, zijn gesteeld. handlobbig met hartvormigen voet. Zij hebben 3-5

') van het grieksche oisus, wilgachtige heester, omdat de takken even buigzaam zijn, als die der wilgen. -') vinifera = druifdragend.

Ilex Aquifolium

Fig. 467.

Sluiten