Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Euphorbia seKetahs ^ ^ 'V J"ni-AUgUSlUS.

Deze soort onderscheidt zich van E. Peplus en E. exigua F|k- '18a o. a. doordat de schermen 5(-9)-stralig zijn en bij de 2

. .. andere 3- of 4-stralig, ook zijn bij E. segetalis de bladen

kesP' s • Van E. Cyparissias, waarbij op slechten grond de schermen soms 5-stralig zijn, onderscheidt zij zich door den vorm der omwindselbladen en door de netvormig gegroefde zaden.

M^°fr»°m,en Europa en Nederland Deze plant behoort thuis in de landen aan de Middellandsche Zee. Het is zeer twijfelachtig of zij wel bij ons is gevonden. Waarschijnlijk zijn exemplaren van E. exigua of van een bijzonderen vorm van E. Esula, die door Willd. t. segetahs genoemd is en waarbij vaak slechts 5 schermstralen zijn , er voor gehouden.

E. Lathyris-') l. Kruisb 1 adwoIfsmeIk (fig. 487).

De plant is kaal en donkergroen. Uit den witten penwortel komt een

komen en door den vorm der blaadjes van de omwindseltjes gemakkelijk van de andere soorten te onderscheiden.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa op bouwland voor en is bij ons algemeen, zoowel op kleigrond als op löss in Zuid-Limburg.

E. segetalis ') L. Koren wolfsmelk (fig. 486).

De plant is onbehaard en blauwgroen. Uit den penwortel komt een meest onvertakte,

recniopsiaanue, stengel, die los met vaak naar beneden hangende bladen bezet is. De bladen zijn lijnvormig of smal lancetvormig, fijn toegespitst, bijna zittend, de bovenste zijn breeder, langwerpig.

De stengeltop draagt een hoofdscherm en uit de bovenste bladoksels komen zeer langgesteelde schermpjes. Het hoofdscherm is 5(-9)-stralig, de stralen zijn herhaald gaffelvormig vertakt. De bladen van het omwindsel zijn langwerpig of langwerpig-lancetvormig, stomp, geelgroen, die der omwindseltjes nier- of bijna ruitvormig, stekelpuntig, kort toegespitst. De klieren zijn geel, zeer smal, met 2 lange horens. De vruchtjes zijn 3 niM, aan de rugzijde met een ruwe streep van fijne puntjes (fig. 486). De zaden zijn netvormig gegroefd, eirond, grijs (fig. 486). 25-30 cM. © (of 2(-). Juni—Augustus.

Deze soort onderscheidt zich van E. Peplus en E. exigua o. a. doordat de schermen 5f-9)-straligr ziin pn hit rlp ?

rechtopstaande, dikke, boven vertakte stengel, die in het eerste jaar dicht bebladerd is, doch in het 2e beneden geen bladen heeft. Vooral in de jeugd staan de bladen kruiswijs. De bladen zijn langwerpig-lancetvormig, stomp, stekelpuntig, van onderen bleeker, zittend, iets perkamentachtig. De bovenste hebben een hartvormigen voet.

Het scherm is zeer groot, 2-4-stralig, de stralen eerst gaffelvormig, daarna meer als een schroef vertakt. De omwindselbladen hebben denzelfden vorm als de stengelbladen, die der omwindseltjes zijn langwerpig-lancetvormig of langwerpig-

eirond . snits. Sfpkplminticr mpf hartwri rminron

Euphorbia Lathyris . oic.gcuiaucil , U1C UCr UlIlWinUSeiljeS

Fig ^ z'jn langwerpig-lancetvormig of langwerpig-

eirond, spits, stekelpuntig, met hartvormigen voet. De klieren zijn kort en stomp, 2-hoornig, lichtgeel. De doosvruchten zijn zeer groot (2 cM), de vruchtjes aan de rugzijde afgerond, in gedroogden staat zwak rimpelig (fig. 487). De zaden (5 mM) zijn netvormig gerimpeld, lichtbruin, iets gemarmerd (fig. 487).

!) segetalis = korenminnend. -') Lathyris = heftig purgeerend of misschien ook

zoo genoemd wegens de overeenkomst der zaden met die van Lathyrus.

Sluiten