is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar oudere bloemen en later komen op die plaats de stempels te staan, waaraan weer stuifmeel uit jongere bloemen door de insecten wordt afgegeven. Zelfbestuiving is hier dus geheel uitgesloten. Tegen dieren, die door kruipen in de bloem zouden willen komen en die geen dienst bij de bestuiving doen, is zij goed beschut door de stekende deelen erom heen, zooals ook de geheele plant door de stekende bladen goed beschut is tegen opvreten door dieren.

Volksnamen. In de meeste plaatsen heeten de soorten kruisdistel, doch in Twente noemt men ze diesels, in Friesland blauwe stiekel en houtstekel.

Tabel tot het determ ineeren der soorten van het geslacht Eryngium.

A. Omwindselbladen lijnvormig, ver van elkaar staand. Schutblaadjes (strooschubben) meest ongedeeld. Bladen 3-tallig met dubbel vinspletige blaadjes. Bloemhoofdjes bijna bolrond E. campestre blz. 425.

B. Omwindselbladen eirond, bijna 3-lobbig, elkaar met de randen bedekkend. Schutblaadjes (strooschubben) 3-puntig. Lagere bladen hart-niervormig, de onderste ongedeeld, de volgende 3-deelig . . E. nrnritiainni blz. 425.

E. campestre ') L. Kruisdistel (fig. 505).

De plant is onbehaard, grijsgroen of witachtig. Uit den dikken wortelstok komt een sterk vertakte stengel met uitstaande takken, zoodat de

geheele plant een half bolrond geheel vormt. De stengel is rechtopstaand, krachtig en gegroefd. De bladen zijn groot, stijf, 3-talIig met dubbel vinspletige, stekelig getande blaadjes. De onderste zijn gesteeld, de hoogere zittend en omvatten met doornig getande oortjes de stengel.

De bloemen zijn wit en staan in bol- of eironde, gesteelde hoofdjes. Het omwindsel is witachtig en bestaat uit 4-6 uitgespreide, smalle, lijnvormig-toegespitste, gaafrandige of getande blaadjes, die langer zijn dan het hoofdje. De kelktanden zijn langer dan de bloemkroon, bladachtig, de kroonbladen zijn langwerpig. De strooschubben zijn gaafrandig- De vrucht is omgekeerd eirond, met spitse schubben bedekt,

zonder zichtbare ribben en draagt de opgerichte kelktanden (fig. 505). 15-60 cM. H-. Juli, Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De Eryngium campestre komt op zand- en "kalkgrond voor, meest aan dijken en wegen, langs de rivieren in Zuid- en Midden-Europa tot in Denenarken toe, en is bij ons vrij algemeen.

Volksnamen. De plant heet in Noord-Overijsel paardendistel, in Weststellingwerf (Friesland) stikel, in Twente tommeldistel, op Voorne en Beierland onrust.

E. maritimum-) L. Zeedistel (fig. 506).

Deze plant is onbehaard, witachtig zeegroen, naar boven vaak blauwachtig aangeloopen en zeer stekelig.

Zij heeft een wortelstok met onderaardsche uitloopers. Daaruit komt

Erj'ngium campestre Fig. 505.

') campestre = veld. -) maritimum = zee.