Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. inundatum ') Koch. (Meum ') inundatum Spr.). Ondergedoken moerasscherm (fig. 512).

Deze plant heeft een onbehaarden, zeer dunnen, hollen, in het slib

Kruipenden of in het water zwevenden stengel. De ondergedoken bladen zijn dubbel vindeelig met haarfijne slippen, de hoogere gevind met wigvormige, vaak 3-lobbige blaadjes.

De schermen zijn 2-3-stralig. Het omwindsel ontbreekt, de omwindseltjes zijn arm-, meest 3bladig, naar eene zijde gekeerd. De schermstelen zijn evenlang als of langer dan de stralen en staan tegenover de bladen.

De bloemen zijn wit en hebben stijlen, die korter dan of iets langer dan het stijlkussen zijn. De vrucht is langwerpig-eirond (fig. 512), de vruchtstelen zijn niet verdikt. 15-60 cM. i-. luni—Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Bij deze amphibische plant hebben de ondergedoken bladen den typischen bouw van waterbladen. Zij komt in slooten, moerassen en heipiassen voor in West- en Midden-Europa en is bij ons vrij algemeen.

8 Falcaria ;) Riv.

F. vulgaris •) Bernh. (F. sioides'") Aschers.) Sikkelkruid (fijj. 513).

Uit den zeer langen wortel komt een sterk uitgespreid vertakte, gevulde, fijn gestreepte,

unuenaarue, oiauwgroene stengel. Ue wortelbladen zijn meest 3-tallig, de stengelbladen 3-tallig met 2-3-spletige zijblaadjes en 3-spletig middenblaadje. De slippen zijn lijn-lancetvormig, scherp kraakbeenachtig gezaagd met dicht opeenstaande tanden. De bladen zijn eenigszins stijf, blauwgroen.

De bloemschermen zijn 10-20-stralig met dunne, draadvormige schermstralen. Het omwindsel en de omwindseltjes zijn veelbladig. De bloemen zijn wit, hebben een 5-tandigen kelkzoom, 5 omgekeerd eironde kroonbladen, die uitgerand zijn en een naar binnen gebogen topje hebben. De stijlen zijn teruggeslagen, langer dan het kegelvormige stijlkussen. De vrucht is door den kelkzoom gekroond, is langwerpig-lijnvormig, niet langer dan 4 mM, bruingeel, zijdelings samengedrukt, onbehaard , met draadvormige ribben en in iedere groef een roestbruine striem. De vruchtdrager is 2-spletig. 3-4,5 dM. O-. Juni—September.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt vooral op kalkhoudenden grond, langs akkerkanten en wegen in geheel Europa tot Zweden voor. Bij ons is zij bij Apeldoorn en Middelburg a!s aangevoerd waargenomen en verder alleen bij Maastricht

9. Am mi 6) Trn.

A. maius T) L. Akkerscherm Cfitr. 514).

De plant is onbehaard en iets blauwgroen. Uit den penwortel komt een vertakte, tot aan

') inundatum = overstroomd. ï) van het Grieksche mèon: varkensvenkel.

•) van het Latijnsche falx: sikkel, omdat de blaadjes vaak sikkelvormig gekromd zijn. ') vulKar's = gewoon. •">) sioides = op Sium gelijkend. ") misschien van

het Grieksche ammos: zand, omdat de plant op zandige plaatsen groeit. ') majus = groot.

Helosciadium ïnundalum

Fig. 512.

Falcaria vulgaris.

Fig. 513.

a bloem, b stamper, c vrucht.

Sluiten