Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuid-Europa in bouwland en korenvelden voor, doch is bij ons, echter zeldzaam, aangevoerd.

B. protractum ') Lk. et Hoffmgg. Verlengd doorwas (fig. 527).

Deze plant heeft buigzame, van den voet af wijd vertakte stengels. De bladen zijn langer

aan dij b. rotunaitolium, de onderste zijn langwerpig, naar den voet versmald, de volgende zijn breed langwerpig en zitten met iets versmalden voet, de bovenste zijn eirond, doorgroeid, alle zijn toegespitst.

De schermen zijn 2-3-stralig, hebben geen omwindsel, doch wel omwindseltjes. De blaadjes der laatste zijn eirond, na den bloeitijd uitgespreid, kort toegespitst. De vrucht is ovaal, knobbelig ruw, 2 maal zoo groot als bij B. rotundifolium (fig. 527). De ribben zijn draadvormig, de groeven gekorreld, zonder striemen. 2-5 dM. Q. Juni— Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in bouwlanden in Zuid-Europa voor en is bij ons alleen aangevoerd gevonden bij Apeldoorn.

16. Oenénthe -) Trn. Torkruid.

Kelk 5-tandig, na den bloeitijd grooter wordend en blijvend. Kroonbladen omgekeerd eirond, uitgerand, met gekromden top, de buitenste vaak stralend. Stijlen rechtop- of uiteenstaand. Vrucht langwerpig, eirond of bolrond, niet samengedrukt, glad. Deelvruchtjes met de randen tegen elkaar liggend, met 5 platte ribben, de zijribben nauwelijks breeder. Groeven ieder met 1 striem. Zuiltje met de vruchtjes verbonden blijvend.

Bloemen wit of iets rose. Schermen 2-20-straIig. Omwindsel ontbrekend of veelbladig. Omwindseltjes veelbladig.

Onderste bladen twee- tot drievoudig gevind met ovale of lijnvormige blaadjes. Planten onbehaard met vaak vleezige wortels.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Oenanthe.

A. Niet overblijvend. Wortels draadvormig, niet verdikt. Blaadjes der boven water staande bladen met lancetvormige slippen. Vrucht langwerpig, rolrond. «. aquatica blz. 439.

B. Overblijvend. Wortels ten deele draadvormig, iets vleezig, ten deele knolvormig verdikt.

a. Plant uitloopers vormend. Stengel en bladstelen wijd buisvormig. Bladen met lijnvormige blaadjes. Vrucht tolvormig O. tistnlosa blz. 440.

b. Plant zonder uitloopers. Bladstelen niet buisvormig. Schermen 5-12-stralig.

aa. Omwindsel ontbrekend of l-bladig. Uiterste slippen van de wortel- en stengelbladen van denzelfden vorm, nl. lijnvormig . O. pencedanifolia blz. 441. bb. Omwindsel meer dan 3-bladig. Uiterste slippen der wortelbladen ei-wigvormig, die der stengelbladen lijnvormig.

«. Stengel gegroefd. Stijlen even lang als de vrucht. Wortels tot rolronde

knolletjes opgezwollen O. pimpinelloiiles blz. 441.

/?. Stengel gestreept. Stijlen korter dan de vrucht. Wortels tot verlengde knotsvormige knolletjes opgezwollen O. Laclienalit blz. 441.

0. aquatica") Lmk. (O. Phellandrium 4) Lmk.). Watervenkel (fig. 528). Het deel van den stengel onder den grond is knoopig, van binnen met een zachte massa gevuld en in de knoopen met witte, lange wortelvezels

') protractum = uitgerekt, verlengd. -) van het Grieksche oinè: wijnstok, anthé: bloem, omdat de geur der bloem met dien van de bloem van den wijnstok overeenkomt. ;i) aquatica = water. ') Phellandrium = kurkmannetje, omdat na het afsterven van het onderaardsche deel de binnenste mergdeelen als kurk op het water drijven.

Bupleurum protractum

Fig. 527.

Sluiten