Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de buitenste tweeslachtig, soms ook vrouwelijk. Meer dan bij eenige andere schermbloem doen hier de buitenste bloemen van het scherm den dienst van lokbloemen. doch niet uitsluitend dienen zij daarvoor, want zij zijn niet geslachtloos De stekels op de vruchten maken dat deze door dieren worden verspreid Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Zuid- en Midden-Europa op kalk- en leemgrond , .n korenland voor en is bij ons alleen aangevoerd op eenige plaatsen Maastricht'). (Groenhoven), den Haag, Tilburg. Middelburg, Vaals, Valkenburg.

32. Caücalis') Tra.

C. daucoides -) L. C a u c a 1 i s (fig. 549).

Dl plant is verspreid afstaand behaard. Uit den penwortel komt een vorksgewijs vertakte stengel. De bladen zijn vrij groot, meest dubbel

gcvmu mei vmspietige blaadjes en lancet- of lijnvormige slippen.

De schermen zijn meest slechts 2-stralig, met krachtige stralen. Het omwindsel ontbreekt. De schermpjes zijn ook armstralig. De omwindseltjes zijn veelbladig en bestaan uit lancptvnrmiap viio^w»

gerande blaadjes. De kelk bestaat uit lancetvormige, bijna stompe tanden, de kroonbladen zijn wit of rose, uitgerand, met naar binnen gekromden top, de buitenste zijn stralend, 2-spletig. De stijlen zijn even lang als het kegelvormige stijlkussen. De vrucht is groot (8-10 mM lang), ellipsoïdisch, zijdelings samengedrukt, aan beide einden versmald (fig. 549). De deelvrurhties hphh»>n a rii-,KQ„ ,i„

r» . - , ut. J ^ , iirui.ll , UC

5 noofdrtbben zijn draadvormig met aan den voet plotseling verdikte borstels of kleine stekels bezet, de 4 bijribben zijn gewapend met een enkele rij sterke stekels, die aan den top gekromd en even lang als of langer zijn dan de dwarsdoorsnede der vrucht. De groeven zijn 1-striemig. Het zuiltje is vrij, al of niet 2-spletig. 15-30 cM O Mei, Juni, soms weer in September.

Biologische bijzonderheden. De middelste schermpjes zijn slechts in schijn 2-sIachtig, werkelijk mannelijk, terwijl de andere schermpjes bestaan

, , e,Cu , twe<?slachtige bloemen en 4-7 schijnbaar tweeslachtige in werkelijkheid mannelijke bloemen. '

De wijze van bestuiving is omstreeks als bij Scandix. Door sommigen beschreven 3'S ZWak Protrandrisch. door anderen als proterogynisch

De vruchten worden weder door dieren verspreid.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa voora1 op leem- en kalkgrond voor tusschen het koren. Bij ons is zij waarschijnlijk alleen aangevoerd, doch zeer zeldzaam.

33. Turgénia ') Hoftin.

T. latifólia ') Hoffm. Borstelscherm (fig. 550).

Uit den penwortel komt een rechtopstaande, meest onvertakte, tamelijk

i) was bij de Grieken den naam van een schermbloem die gegeten werd. De afleiding van het woord .s onbekend. *) daucoides = peenachtig. :.) naar Turgenoff een Russisch staatsman. 4) latifólia = breedbladig. r^enon.

Gauralis daucoides

Fig. 549.

Sluiten