Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijderd bebladerde, sterk gegroefde stengel, die ruw is door kleine borstelstekels. De bladen zijn enkel gevind met afloopende, langwerpig-

lanceivormige, vinspietige ot ingesneden getande blaadjes, die van boven donker, van onderen doffer groen zijn.

De schermen bestaan uit 2-4 krachtige, ongelijke stralen. Zij zijn langgesteeld en staan tegenover de bladen. Het omwindsel en de omwindseltjes bestaan uit 2-4 gelijke, langwerpige, gave, bijna geheel vliezige blaadjes. De 5 kelktanden zijn klierachtig gewimperd, de kroonbladen rood of rose, uitgerand, met een naar binnen gebogen lobbetje, de buitenste zijn stralend. De vrucht is groot (1 cM lang), eirond toegespitst, zijdelings samengedrukt met roodachtige stekels (fig. 550). De deelvruchtjes heb¬

ben 9 bijna gelijke ribben, de zijribben hebben 1 rij van korte stekels, de andere dragen ieder 2 of 3 rijen van korte, krachtige stekels. 2-5 dM. O. Mei—Augustus.

Biologische bijzonderheden. In alle schermpjes zijn 6-9 schijnbaar tweeslachtige, doch in werkelijkheid mannelijke, niet stralende bloemen in het midden en verder 5-8 tweeslachtige, stralende, aan den omtrek. De bestuiving heeft op dezelfde wijze als bij Scandix plaats. De stekelige vruchten worden door dieren verspreid.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa op kalk- en leemgrond voor, in korenland en is bij ons alleen, zeldzaam, aangevoerd.

34. Törilis ') Adnns. Doornzaad.

Kelk 5-tandig met fancetvormige tanden. Kroonbladen uitgerand met naar binnen gebogen top, alle gelijk of de buitenste stralend en 2-spletig. Vrucht klein (2-3 mM), ovaal, iets zijwaarts samengedrukt, op de dwarsdoorsnede elliptisch, bedekt met fijn getande stekels, die niet op een bepaalde wijze zijn gerangschikt. De hoofdrihben zijn kleinstekelig, de bijribben springen sterker uit en zijn bedekt met vele rijen stekels of knobbels, die ook de groeven vullen. De laatste zijn 1-striemig.

De bloemen zijn wit of rose. klein, staan in 2-12 stralige schermen. Het omwindsel ontbreekt of is 1-5-bladig, de omwindseltjes zijn veelbladig.

De stengels zijn vrij teer, ruw door naar beneden gerichte haren.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Torilis.

A. Schermen bijna zittend, zeer klein, armbloemig, tegenover de bladen zittend. Omwindsel

ontbrekend. Buitenste vruchten met weerhaken, de binnenste korrelig ruw. Bladen

drievoudig gevind „odosa blz. 456.

B. Schermen langgesteeld.

a. Omwindsel veelbladig. Stekels der vruchten aan den top niet haakvormig omgebogen Anthriscas blz. 456.

Zie ook T. mk-rocarpa var. aculeata in den tekst.

b. Omwindsel l-bladig of ontbrekend. Stekels der vruchten aan den top haakvormig gekromd T. helvetiea blz. 457.

Turgenia latifolia

Fig. 550.

') misschien van torulus, het verkleinwoord van torus: gezwel, naar de gezwollen stengelknoopen.

Sluiten