is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T. nodósa') Gaertn. Knoopig doornzaad (fig. 551).

Deze plant heeft een penwortel en een uitgespreid vertakten stengel. De bladen zijn dubbel gevind met vinspletig ingesneden blaadjes en lijnvormige, gaafrandige of ingesneden slippen.

De schermen zijn zittend of bijna zittend en vormen kluwens tegenover

ae Diaden, zij zijn bijna bolrond met 2-3 korte en ongelijke stralen. De bloemen zijn wit of rose, klein, gelijk, regelmatig. Het omwindsel ontbreekt, de omwindseltjes bestaan uit lijnvormige blaadjes, die langer zijn dan de bloemstelen. De stijlen zijn zeer kort, rechtopstaand, het stijlkussen is kegelvormig. De vruchten zijn kort, eirond (fig. 551). De buitenste vruchten zijn meest stekelig, met weerhaken, de binnenste zijn meest alleen korrelig ruw. 5-40 cM. O. April—Augustus.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa voor op droge plaatsen, langs wegen en dijken en in drore

weiden, ook op zeeklei. Bij ons is zij vrij algemeen.

T. Anthriscus-) Gmel. Heggedoornzaad (fig. 552).

Uit den penwortel komt een rechtopstaande, dofgroene, sterk vertakte stengel, die uitgespreide, opgerichte takken heeft en ruw is door rugwaarts

aangedrukte stijve haren. De stengel is vaak purperkleurig aangeloopen en gestreept. De bladen zijn dubbel gevind met vinspletige of ingesneden gezaagde blaadjes. De hoogere zijn enkel gevind, de bovenste vaak 3-taIlig. De blaadjes zijn kort stijf behaard en dofgroen, het topblaadje is meer verlengd.

De bloemen staan ink langgesteelde, 5-12stralige schermen met ruwe stralen. Zij staan aan den top der takken en in de oksels der bladen. Het omwindsel is veelbladig, de blaadjes zijn nauwelijks half zoo lang als de schermstralen, er tegen aangedrukt en lijnvormig. De omwindseltjes zijn veelbladig. de blaadies lijn¬

vormig, evenlang als de bloemstelen. De bloemen zijn wit of roodachtig, klein, de randbloemen stralend. De kroonbladen zijn omgekeerd hartvormig, de stijlen zijn sterk uitgespreid op het kegelvormige stijlkussen. De vrucht is eirond en draagt in de groeven lange naar boven gekromde, stijve, puntige borstels of knobbeltjes en daartusschen korte, stekelige puntjes (fig. 552). De stekels zijn naar binnen gekromd, doch niet aan den top als een weerhaak omgebogen, zij zijn even lang als de doorsnede der vrucht. 6-9 dM. ©0. Juni—Augustus.

Biologische bijzonderheden. Op de planten vindt men steeds 2-slachtige en mannelijke bloemen.

De stekelige vruchten worden door dieren verspreid. Voor slakkenvraat is de plant beveiligd door kalkophoopingen in de opperhuidscellen der borstelharen.

]) nodosa = knoopig. -') Zie bij geslacht: Anthriscus.

Torilis nodosa

Fig. 551.

Torilis Anthriscus

Fig. 552.