Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anthriscus silvestris.

Fig. 557.

/. Jonge bloem, hk nog niet geheel opengesprongen helmhokjes, lik, opengesprongen helmhokjes.

2. Oudere bloem, st stempels, p en Pi kroonbladen, ov vruchtbeginsel, h honigkliertje.

(fig. 556). Zij heeft een zeer korten snavel met duidelijke ribben 6-15 dM -+• Mei, Juni.

Biologische bijzonderheden. Bij het opengaan der bloemen (fig. 557) buigen de kroonbladen naar buiten en ook de meeldraden en deze gaan

«riis zoover, aat zij door de spleten tusschen de kroonbladen er buiten uitsteken. Nu openen zich de helmknopjes meest en tegelijk beginnen de meeldraden zich achter elkaar aan naar binnen te bewegen tot boven het midden der bloem. In dien stand blijven ze niet lang, doch bij het nu volgend naar buiten gaan, vallen de helmknopjes meest af. Gedurende al dien tijd zijn de stijlen nog onontwikkeld. Zij krommen zich nu eerst

naar hnifpn r>n htnr umn» «_•

ueneucii Kdiiug gegroeide, naar boven gestreepte stengel, die rechtopstaand en boven de knoopen kort behaard is. De bladen zijn glanzend, fijn behaard, dubbel tot drievoudig gevind, met vinspleti<*e blaadjes en langwerpig-eironde, kale slippen.

De schermen staan zijdelings, tegenover de bladen, zijn bijna zittend met 3-5 dunne, behaarde stralen. Het omwindsel ontbreekt of is 1-3-bladig. De omwindseltjes bestaan uit 1-5 teruggeslagen gewimperde, lancetvormige blaadjes. De kroonbladen zijn wit, wigvormig, alle even lang. De stijlen zijn kort, rechtopstaand. De vrucht is lijnvormig'. glad en kaal fhi i Hp iirilrlo nln.,* ,,nn|.

K h 01 — J piaiu vcutK MIJT

Denaaraj, 8-12 mM lang, glanzend, in rijpen staat zwart (fig. 558). De ') Cerefolium = kervel.

Anthriscus Cerefolium Fig. 558.

—iaii_i wcci naar uinnen ,

tot zij weer evenwijdig aan elkaar staan.

Het zijn vooral vliegen, die komen oin stuifmeel en honig te halen. Zij kruipen over bloemen van verschillenden ouderdom achter elkaar en bewerken dus kruisbestuiving, vooral daar zich in de oudere bloemen de stempels op dezelfde plaats bevinden als in jongere de helmknopies, die zich naar binnen hebben bewogen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant is in geheel Europa aan heggen, in weiden en in kreupelhout te vinden en is bij ons algemeen.

Volksnamen. Behalve de namen toeters en wilde kervel, die vrij algemeen gebruikt worden, komen ook voor fluitekruid en fluiters (Groningen, NoordHolland, Walcheren), hondekruid en nuners (Groningen), spookbloem en stankhorens (Friesland), pijpkruid (West-Friesland, Friesland, Zuid-Holland Walcheren), wilde scheerling (Overijsel, Graafschap Zutphen), zeeroogenbloem (West-Friesland, Waterland), koekensgroente (Goereei, pieperloof en piepers (Zuid-Beveland, Zeeuwsch-Vlaanderen), trompen (ZeeuwschVlaanderen), pompen (Land van Hulst).

A. Cerefolium ') Hofrm. Kervel (fig. 558).

De plant riekt sterk aromatisch. Uit den penwortel komt een vertakte

Sluiten