is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Oost-Europa onder heggen en kreupelhout voor en schijnt bij ons langs de rivieren aangevoerd. Zij is gevonden bij Nijmegen (Ooische waard), Rijswijk (aan den Lek) en misschien op Oost-Voorne en bij Alblasserdatn.

38. My'rrhis ') Tril.

M. odorata -) Scop. Roomsche kervel (fig. 562).

Deze aangenaam sterk (bijna naar anijs) riekende plant, is vooral beneden kort behaard.

Uit een dikken, veelhoofdigen wortelstok komt een rechtopstaande, gestreepte, holle, naar boven vertakte, krachtige stengel, die in de knoopen iets gezwollen is. De bladen zijn groot, zacht, 3-voudig gevind. De blaadjes zijn teer, vinspletig met langwerpig-eironde, vaak getande slippen.

De schermen hebben 6-15 behaarde, tijdens de rijpheid der vruchten opgerichte stralen. Zij zijn vaak naar boven scherm-pluimvormig opeengehoopt. Het omwindsel ontbreekt, de omwindseltjes bestaan uit 5-7 tijdens den bloeitijd rechtopstaande, vliezige, lijn-lancetvormige, gewimderde blaadjes (fig. 562). De kroonbladen zijn wit, omgekeerd hartvormig met naar binnen gebogen topje. De stijlen zijn langer dan het stijlkussen, kort teruggeslagen De vrucht is bruin, als gelakt, 20-25 mM lang . langwerpig, zijdelings samengedrukt, toegespitst (fig. 562). De deelvruchtjes hebben 5 sterk gekielde, scherpe, gelijke ribben ,

die gescheiden zijn door diepe groeven zonder striemen. 6-12 dM. 4. Mei, Juni.

Biologische bijzonderheid. Ook bij deze plant zijn de laatst ontstaande bloemschermen mannelijk, zij leveren het stuifmeel voor de laatst ontluikende tweeslachtige bloemen.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa in bergweiden en bergbosschen voor. Bij ons is zij wel gekweekt en nog al eens verwilderd gevonden. Of zij ook langs de rivieren een enkele maal is aangevoerd, is twijfelachtig.

39. ('óiiiuni ) L.

C. maculatum ') L. Gevlekte scheerling (fig. 563).

Deze plant is zeer vergiftig en riekt, vooral als zij verwelkt, naar muizen. Zij is geheel onbehaard. Uit den spilvormigen, soms bijna knolvormigen

wortel, die bij krachtige planten wel in kamertjes verdeeld is, komt een sterk vertakte, ondiep gegroefde, beneden rood gevlekte, blauw berijpte, krachtige, holle stengel. De onderste bladen zijn 3-voudig gevind, met ronde, niet gegroefde, holle bladstelen en vinspletige blaadjes met witgepunte tandjes.

De schermen zijn 10-20-stralig, de stralen ongelijk. Het omwindsel is 3-5-bladig met korte, teruggeslagen stralen, de omwindseltjes zijn meest 3-bladig, de blaadjes staan naar eene zijde, zijn teruggeslagen en korter dan de schermpjes. De kroonbladen zijn wit, omgekeerd eirond, iets uitgerand met naar binnen gebogen punt. De

stijlen zijn kort en dik en staan iets uiteen. De vrucht is klein, eirond en

') van het Orieksche murrhis, het verkleinwoord van murrha, een Oostersche heester, waaruit een balsem, de myrrhe, vloeide, die een sterken geur had. *) odorata = welriekend. ■') van konè: moord, om het vergiftig zijn der plant uit te drukken. ') maculatum = gevlekt.

TTyrrhis odorata Fig. 562.

Conium maculatum

Fig. 563.