is toegevoegd aan uw favorieten.

De flora van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevormd, die de daar loopende vaatbundels omgeven (bij de meeste Sedumsoorten) öf de vertakkingen der vaatbundels zijn door een mantel van bladgroenhoudend weefsel omhuld en deze loopen uit in het kleurlooze waterweefsel er omheen.

Het water wordt in vele gevallen nog beter vastgehouden door slijm en misschien hier ook door zuren. Ook is de opperhuid in het algemeen vrij dik en is het aantal huidmondjes er in gering (bij Sedum acre zijn er op 1 mM- 10-20, bij een koolblad op 1 mMJ der bovenvlakte 400, op 1 mMder ondervlakte 700).

Tegen slakkenvraat en in het algemeen tegen het opvreten door dieren zijn de sappige bladen beschut, doordat zij looizuur en soms ook andere scherpe stoffen bevatten.

Tabel lot het cl eter m i n eeren der soorten van het geslacht Sedum.

A. Planten overblijvend door onderaardsche knoppen. Bladen vlak. Bijschermen dichtopeen gedrongen.

a. Stengel rechtopstaand. Onderste bladen in een korten, breeden steel versmald, de bovenste met afgeronden voet zittend. Binnenste meeldraden 1 c; boven den voet der kroonbladen ingeplant. Bloemen rose S. purpureum hlz. 472.

b. Stengel liggend of opstijgend. Bladen aan den voet wigvormig versmald. Bloemen wit S. oppositil'olium blz. 473.

B. Plant overblijvend door stengels boven den grond (dus door niet bloemdragende loten) of na rijpheid der vruchten afstervend. Bijschermen los.

a. Plant na rijpheid der vruchten afstervend.

aa. Bladen vlak, gaafrandig, stomp, de onderste omgekeerd eirond, de bovenste

lijn-wigvormig. Pluim langwerpig S. Opaea blz. 472.

bb. Bladen rolrond, met iets afgeplatte bovenzijde, lijnvormig, stomp. Takken meest 2-spletig met een bloem aan den top, waar de zijtakken er uitgaan, terwijl aan de binnenzijde der iets heen en weer gebogen takjes over de geheele lengte eenigszins van elkaar verwijderde bloemen zitten.

S. uiinuuni blz. 473.

b. Uit den wortelstok komen bloeiende stengels en stengels, die eerst het volgend jaar bloemen dragen. Kroonbladen lancetvormig of eirond.

aa. Bloeiwijzen tamelijk wel vlak. Kroonbladen stompachtig, 3-maal zoolang als de kelk. Bloemen wit of rose.

«. Plant onbehaard. Bladen lijnvormig-langwerpig, bijna rolrond , verspreid.

Bloemen wit of rose. Kroonbladen lancetvormig . . S. album blz. 473. /?. Onderste deel der plant onbehaard, het bovenste kort klierachtig behaard en iets kleverig. Bladen elliptisch-eirond, bultig, meest tegenoverstaand. Bloemen wit, aan de buitenzijde purper aangeloopen of met een purperkleurige, overlangsche streep. Kroonbladen eirond.

8. daeypliyllum blz. 474.

bb. Zijbloemen boven de middelste bloem uitstekend. Kroonbladen spits, dubbel zoolang als de kelk, geel.

«. Bladen zonder stekelpuntje.

««. Stengels dicht bebladerd, met 6 rijen bladen. Bladen eirond, aan

den voet niet gespoord S. acre blz. 474.

/?/?. Stengels naar boven los bebladerd, met 6 rijen bladen. Bladen lijnvormig, rolrond, aan den voet in een over de aanhechtingsplaats naar beneden reikende, stompe spoor verlengd.

S. lloloniense blz. 475.

/*. Bladen kort stekelpuntig. Stengel vrij lang, los bebladerd. Bladen met een korte spoor aan den voet.

««. Bladen lijn-priemvormig, grasgroen. Kelkslippen spits.

S. retlexani blz. 475.

Bladen lancet-lijnvormig, zeegroen, de bovenste der niet-bloeiende takken met een rood puntje aan den top. Kelkslippen afgerond, stomp S. elegans blz. 476.