Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mel'7^,™l,"g.g2)TeléPh""nï) L" S' K°^). He-

onbehaarde, krachtige plant, heeft knolvormig verdikte wortels waaru.t vele, meest onvertakte, rechtopstaande, vaak rood aangeloopen sten-

ft 11 nrnlc unn.il - r\ ■ .

vuuiiKumen. ue bladen zijn vleezig, vlak, langwerpig tot lancetvormig, de onderste zijn kortgesteeld, meest tegenoverstaand of in kransen van 3, stomp, ongelijk gezaagd-getand, de bovenste zijn zittend met afgeronden voet.

De bloemen vormen tuilen met tegenover elkaar of verspreid staande takken en min of meer purperkleurige bloemstelen. De kelk is groen, 5deelig, met eironde, spitse, blijvende slippen. De kroonbladen zijn 5 in getal, langwerpig, spits, van het midden af omgebogen, aan den top zwak gegroefd, 4 maal zoolang als de kelk. Meeldraden ziin er 10. waarvan ^ innr*>ninnt ïofc.

sedum purpureum boven den voet der kroonbladen. De vruchtjes Flg' 572' z'j" 5 'n Seta'. op den rug gegroefd, rechtop-

... . oe'" staand, toegespitst en bevatten langwerpige, aan

beide einden toegespitste zaden. 3-6 uM. 2J.. Juli, Augustus.

Biologische bijzonderheden. De bloemen zijn protrandrisch , want eerst openen zich de helmknopjes der 5 buitenste meeldraden, dan die der 5 binnenste en als deze alle hun stuifmeel verloren hebben, zijn eerst de stempe s geschikt om het op te nemen. Aangezien bovendien de meeldraden tegen de kroonbladen liggen, is er van spontane zelfbestuivinggeen sprake. De bloemen hebben honigkliertjes aan de toppen der langwerpige schubben er e vrucit eginsels. Insecten, die op de dichte bloeiwijzen rondkruipen , raken de helmknopjes en de stempels in tal van bloemen na e kaar aan en bewerken dus (in verband met het protrandrisch zijn der bloemen) kruisbestuiving.

Voorkomen in Europa en in Nederland. Deze plant komt in geheel, doch vooral m M.dden-Europa voor op rotsen, aan heggen en in bosschen. Bij ons is zij vrij algemeen in boschrijke, zandige streken.

Volksnamen. De naam hemelsleutel wordt in vele streken gebruikt, evenzoo de namen huislook en St. Janskruid. In Friesland heet de plant hemelf in Twente donderloof, in de Graafschap Zutphen donderkruid, in Noord-Ovenjsel aan den Veluwezoom en in de Graafschap Zutphen smeer° ' op Walcheren breukkruid en moederplant en op Walcheren en in Zeeuwsch-VIaanderen kroontjeskruid.

S. Cepaéa ') L. Omgebogen vetkruid (fig. 573).

r„Dh"e P'ant heeft een binnen wortel, waaruit een zwakke, aan den voet liggende verder rechtopstaande, meest roode of ook groene stengel met roode puntjes komt Deze stengel -s beneden onbehaard evenals de bladen, doch naar boven fijPn kfierachtig behaard De laden staan meest in kransen of zijn tegenoverstaand, zij zijn vlak omgekeerd eirond of langwerpig-spatelvormig, gaafrandig, de onderste zijn in een stee! versmald

Te 1 ephos^Uko'm'nvan'" n Te,ephium' '"oet misschien afgeleid worden van

S wérd door AchM,«lie- Dfe VerZe"e zich nL te«en den tocht der Grieken naar oje, wird door Achilles verwond en zou door deze plant geheeld ziin

■') purpurascens =: purperachtig. .) Cepaea = tuinkruid.

Sluiten