Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormige lijsten voorzien en het middenveld der vruchten heeft den vorm van een ondiep bekken. Bij droog weer zijn de vruchtjes gesloten, zoo spoedig er echter regendroppels in het bekken komen, openen zij zich en de spleten verwijden zich, zoodat de nu volgende droppels de zaden uit de open hokjes spoelen en zij stroomen met het regenwater mee naar den bodem. Vooral voor planten, die op rotsen en muren staan, is deze wijze van zaadverspreiding van belang, daar de zaden zoo in spleten tusschen de steenen kunnen komen, waar ze anders onmogelijk heen zouden kunnen gebracht worden.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa op muren, daken, rotsen en steenachtige plaatsen voor en is bij ons op muren, zandgronden en in de duinen algemeen.

Volksnamen. De plant heet vrij algemeen muurpeper, verder eeuwige leven in Noord-Overijsel, Zuid-Holland en op Schouwen, op het laatstgenoemde eiland ook krullekopjes, in Friesland bergknop, in de Graafschap Zutphen St. Janskruid, op Zuid-Beveland tripmadam, in Zeeuwsch-Vlaanderen prikmadam en rijstepap, in Waterland zonnetje, op Walcheren zeekraal.

S. Boloniénse ') Loisl. (S. sexangulare-) Aut. n. L.). Zacht vetkruid (fig. 578).

Deze plant is onbehaard, blauwgroen, iets zodenvormend. Uit den

dunnen wortelstok komen niet-bloeiende takken met dakpansgewijze in 6 rijen liggende bladen en bloeiende takken, die eerst kruipen, doch verder rechtopstaan. De bladen zijn lijn-cylindervormig, stomp, aan den voet spoorvormig verlengd.

De takken van het bijscherm dragen meer bloemen, die iets kleiner en bleeker zijn dan bij S. acre. De bloemen zitten bijna 5-10 op ieder der 2-3 aren, die dicht opeenstaan in een tuil. De kelkslippen zijn 5 in getal, cylindrisch, niet aan den voet verlengd , de 5 kroonbladen staan uitgespreid, zijn lancetvormig, spits, 4 maal zoolang als de kelk. De vruchten zijn uitstaand, niet bultig en bevatten kleine, langwerpige zaden. 5-10 cM. 4- Jun'. Ju'i.

De plant is slanker dan S. acre, ook zijn de bladen langer en smaller en staan duidelijker in 6 rijen, ook hebben ze een spoorvormig verlengsel aan den voet. Zij smaken verder niet scherp.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in Midden- en Zuid-Europa op muren en rotsachtige plaatsen voor en is bij ons vrij algemeen op zandgrond.

Volksnamen. In Groningen heet de plant goudgras, in Salland tripmadam.

S. refléxum:1) L. Tripmadam (fig. 579).

Deze plant heeft een sterk vertakten wortelstok, waaruit vele niet bloeiende takken met dakpansgewijze staande bladen komen en verder

Sedum Bolomense

Fig. 578.

i) Boloniense = Boulogneesch. -) sexangulare = zeshoekig. •') reflexum = omgeslagen.

Sluiten