Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groep 2. Parnassieae A. Br. Vruchtbladen 3-4, verbonden. Stempels zittend. Doosvrucht onvolkomen 4-(3-)hokkig, aan den top tusschen de tusschenschotten 4-(3)kleppig. Zaden aan de tusschenschotten zittend.

Gesl. Parnassia.

Onderfamilie 2. I'liilarielpholdeae Aschers. et (ir.

Heesters. Bladen tegenoverstaand, zonder steunbladen. Kelk bovenstandig, met 4-10deeligen , in den knop klepvormig liggenden zoom. Kroonbladen in den knop gedraaid of klepvormig liggend. Meeldraden 2-, 4-of veel malen zooveel als kroonbladen Vruchtbladen voor de kroonbladen staand, tot een 4-5-hokkig vruchtbeginsel verbonden. Zaden rechtopstaand, recht. Doosvrucht aan de tusschenschotten openspringend. y

Gesl. Philadelphus.

Onderfamilie 3. Ribesioideae Engl.

Heesters. Bladen verspreid. Bloemen in trossen, 2-slachtig, soms 2-huizig. Kelk half of geheel bovenstandig met 5-deeligen, bloemkroonachtigen, verwelkenden zoom, die evenals de op de keel van den kelk ingeplante kroonbladen een dakpansgewijze knopligging hebben. Meeldraden voor de kelkslippen staand. Vruchtbeginsel uit 2 (zelden 3) vruchtbladen gevormd, 1-hokkig. Stijlen beneden verbonden. Vrucht een bes. Bladen gesteeld, liandlobbig, in den knop waaiervormig opgevouwen.

Gesl. Ribes.

Tabel tot het deter mineeren der geslachten derSaxifragaceae.

A. Kruidachtige planten.

a. Vruchtbeginsel bovenstandig. Stempels 4, zittend. Meeldraden 5, afwisselend met 5 klierachtig gewimperde deelen 1'ari.assla blz. 483.

o. Vruchtbeginsel half onderstandig.

aa. Kroonbladen 5. Meeldraden 10.

aaa. Kroonbladen gaafrandig. Doosvrucht 2-hokkig . . Saxifraga blz. 478. bbb. Kroonbladen min of meer sterk ingesneden. Doosvrucht 1-hokkig.

Tellinia blz. 481.

bb. Kroonbladen ontbrekend. Meeldraden 8 Chrysospleiilum blz 482

B. Heesters.

a. Bladen tegenoverstaand, ongedeeld. Meeldraden 16 of meer. I'hlladelphiis blz. 484.

b. Bladen verspreid, 3-5-lobbig of -spletig. Meeldraden meestal 5 Rllies blz. 485.

Voorkomen. De eenige tot deze familie behoorende moerasplant is Saxifraga Hirculus, tot de veenplanten behoort Parnassia palustris, tot de xerophyten Saxifraga tridactylites, de Chrysospleniumsoorten zijn boschplanten, terwijl Saxifraga granulata een weideplant is.

1. Saxifraga ') L. Steenbreek.

Kelk 5-spIetig of 5-deelig, vrij of aan den voet niet het vruchtbeginsel vergroeid. Kroonbladen 5, gekleurd. Meeldraden 10. Doosvrucht 2-hokkig, door de 2 blijvende stijlen van 2 snavels voorzien, daartusschen met een gat openspringend. Zaadlijsten in het midden van het tusschenschot zittend. Zaden bij de inlandsche soorten korrelig ruw.

Bloemen in pluimen, trossen of tuilen, zelden alleenstaand. Bladen verspreid, zeldzamer tegenoverstaand of alle wortelstandig, gaafrandig, getand, gelobd of handdeelig. Meestal overblijvende, zodenvormende gewassen.

Tabel tot het determineeren der soorten van het geslacht Saxifraga.

A. Uit den wortelstok komen behalve bloemdragende stengels, bebladerde loten.

a. Kelk bijna tot aan den voet vrij, dus vruchtbeginsel bovenstandig. Bloemstenget

') van het Latijnsche saxum: steen en frangere: breken. Vele soorten groeien met hare wortels in rotsspleten, die zij, naar men meende, deden ontstaan.

Sluiten