Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engeland, IJsland) zullen de zeldzame vindplaatsen in ons land (Bergumerheide, Harderwijk, bij Leimuiden, bij Amsterdam, Stolwijk) wel betrekking hebben op verwilderde planten. L)e plant wordt n.1. wel als sierplant gekweekt.

S. tridactylites ')L. Kandelaartjes (fig. 584).

Deze plant is geelgroen, klierachig kort behaard. De wortel is dun, er zitten geen knolletjes op. De stengel is rechtopstaand, dun, verspreid met

uiauen oezet, vaak roodachtig aangeloopen. De wortelbladen vormen bijna een roset, zijn spatelvormig, ongedeeld of 3-lobbig. De stengelbladen zitten en zijn naar voren meest 3-tandig.

De bloemen zitten in een los bijscherm, zijn wit, klein (4-6 mM lang). De kelkbuis is klokvormig en heeft rechtopstaande, elliptische, stompe slippen, die korter dan de buis zijn. De kroonbladen zijn wigvormig, dubbel zoolang als de kelk, veel kleiner dan bij S. Hirculus en S. granulata. De doosvrucht is eirond. 5-15 cM. ©Q April—Juni.

Biologische bijzonderheden. De meeste deelen der plant zijn voorzien van kleverige haren en gesteelde kliertjes, waardoor vleugellooze dieren belet worden naar de bloemen te kruipen. Volgens Sprengel is de inrichting der bloem met het oog op de bestuiving geheel dan bij S. granulata, doch volgens Müller zijn de bloemen zwak proterogynisch en komen de helmknopjes geregeld met de stempels in aanraking, zoodat er reeds vroegtijdig spontane zelfbestuiving plaats heeft. Bij regenachtig weer bliiven de bloe¬

men gesloten. Insectenbezoek zal trouwens in de weinig opvallende bloemen niet veel plaats hebben.

Voorkomen in Europa en in Nederland. De plant komt in geheel Europa op muren, rotsen en zandige plaatsen voor en is bij ons vrij algemeen, vooral veel in de duinen.

S. granuiata -') L. Knolsteenbreek (fig. 585).

Deze plant is kortbehaard, naar boven klierachtig wollig. Boven op den

wortel zitten vele knolletjes, waardoor de plant zich vermenigvuldigt. De stengel is krachtig, rechtopstaand, al of niet vertakt en draagt 2-5 bladen. De bladen zijn wat vleezig. De wortelbladen zijn langgesteeld en vormen een roset, zij zijn rondachtig-niervormig, ingesneden gekarteld. De stengelbladen zitten vrij ver uiteen, zijn kort gesteeld, naar voren ingesneden 4-8tandig of -lobbig.

De bloemen vormen meestal een scherm-trosvormige bloeiwijze (eigenlijk zitten ze in bijschermen), zij zijn wit, groot (12-15 mM lang), klokvormig, welriekend. De kelkslippen zijn rechtopstaand, ovaal, klierachtig behaard. Dp

kroonbladen zijn omgekeerd eirond-wigvormig en 3 maal zoolang als de

Saxifraga tridactylites

Fig. 584.

Saxifraga granuiata

Fig. 585.

') tridactylites — drievingerig (dit slaat op den bladvorm). -) granuiata = korreldragend.

Sluiten